ECLI:NL:RBZWB:2026:9956

ECLI:NL:RBZWB:2026:9956

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 02-997508-12
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

officier van justitie niet-ontvankelijk

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-997508-12

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 oktober 2026

[verdachte] B.V., vestigingsadres: [adres] ,

raadslieden mr. G. Spong en mr. N. Dijker, advocaten te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De preliminaire verweren in deze zaak zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. I.M. Koopmans en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1

samen met anderen een grote hoeveelheid plantaardige olie heeft weggenomen, dan wel (in dienstbetrekking) heeft verduisterd, dan wel een gewoonte heeft gemaakt van heling daarvan;

feit 2

samen met anderen geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt, doen opmaken, vervalst of doen vervalsen met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of doen gebruiken;

feit 3

samen met anderen opzettelijk valse of vervalste bedrijfsadministratie bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen voorhanden heeft gehad;

feit 4

heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de officier van justitie niet ontvankelijk te verklaren in de vervolging wegens de overschrijding van de redelijke termijn en de schending van het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid te verwerpen. Naar de mening van de officier van justitie is er geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel of het verbod op willekeur. Ook een eventuele overschrijding van de redelijke termijn kan niet leiden tot niet-ontvankelijkheid.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en omvang van de tenlastegelegde feiten

De verwijten van het Openbaar Ministerie aan verdachte zien op feiten van 1 januari 2011 tot en met 25 september 2013, en houden in: het op grote schaal helen van verduisterde scheepsladingen, het daartoe opmaken en opnemen van vervalste documenten in de bedrijfsadministratie en met het oog daarop deelnemen aan een criminele organisatie. Het procesdossier omvat ruim 13.000 pagina’s.

De rechtbank stelt voorop dat de tenlastegelegde feiten, indien bewezen, een sterk ondermijnend karakter hebben gehad voor de samenleving. Dit soort vermogensdelicten tast niet alleen het noodzakelijke onderlinge vertrouwen in de logistieke en maritieme keten aan, maar corrumpeert ook de integriteit van een reguliere bedrijfsvoering en de administratieve waarborgen daarvan. De rechtbank merkt daarbij echter ook op dat - hoewel het verwerpelijke feiten betreft - het hier niet gaat om feiten waarbij fysiek of geestelijk geweld is uitgeoefend op personen. Voorts merkt de rechtbank op dat zich weliswaar benadeelde partijen hebben gevoegd, maar dat hun vorderingen niet lijken te zien op specifiek in de tenlastelegging genoemde feiten.

De redelijke termijn van art. 6 EVRM

Met betrekking tot het overschrijden van de redelijke termijn en welke gevolgen dat voor de onderhavige procedure zou moeten hebben, overweegt de rechtbank als volgt.

De periode waarin de ten laste gelegde feiten zouden zijn begaan (2011-2013) is inmiddels zeer lang geleden. De redelijke termijn van art. 6 EVRM in deze zaak is aangevangen op 25 september 2013. Uitgangspunt voor de beoordeling van de redelijke termijn is dat een zaak in eerste aanleg binnen twee jaar behandeld en afgedaan wordt na aanvang van de redelijke termijn. Inmiddels zijn 13 jaar verstreken na de aanvang van die termijn, waardoor vaststaat dat de redelijke termijn in deze zaak in zeer ernstige mate is overschreden. Deze vertraging vindt zijn oorsprong hoofdzakelijk in het niet voortvarend behandelen van de zaak door de bevoegde autoriteiten, deels door stilzitten van het Openbaar Ministerie, deels door het ontbreken van zittingscapaciteit aan de zijde van de rechtbank. Blijkbaar werd aan andere zaken voorrang gegeven. Daarnaast is een gering deel van de overschrijding van de redelijke termijn (ongeveer een jaar) veroorzaakt door omstandigheden aan de zijde van de verdediging.

Niet-ontvankelijk en redelijke termijn

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is het enkele overschrijden van de redelijke termijn onvoldoende om te concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, ook niet in uitzonderlijke gevallen (ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Dit kan anders zijn als de verdedigingsrechten zodanig zijn geschonden dat de procedure als geheel niet eerlijk (meer) is in de zin van art. 6 EVRM (ECLI: NL:HR:2024:1413) of een (verdere) vervolging geen enkel strafvorderlijk doel (meer) dient. Dat laatste heeft de rechtbank op 24 januari 2023 nog eens bevestigd in een vonnis van een medeverdachte in deze zaak. Daartegen is geen hoger beroep ingesteld (ECLI:NL:RBZWB:2023:501). Een overweging uit dat vonnis luidt:

‘Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat sinds enkele jaren het Openbaar Ministerie in vele (reeds aanhangige) zaken haar niet-ontvankelijkheid vordert in verband met overschrijding van de redelijk termijn die in veel gevallen wordt toegewezen. Algemeen bekend is dat capaciteitsgebrek bij zowel het Openbaar Ministerie als de rechtbank daarvan de oorzaak zijn. Berechting van een omvangrijke zaak als deze (ongeveer dertienduizend pagina’s) gaat daarom mogelijk ten koste van heel veel andere zaken waarbij anders dan bij een zaak als deze nog wel veel potentieel strafvorderlijk belang aanwezig is.

Naar het oordeel van de rechtbank brengt het voorgaande in deze zaak mee dat enig te respecteren strafvorderlijk belang bij voortzetting van de vervolging is komen te ontvallen en wel zodanig dat zij, zoals ook door de officier van justitie en de verdediging is betoogd, de officier van justitie in de vervolging van verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren.’

Gelijkheidsbeginsel en procesafspraken met medeverdachten

Ten aanzien van alle natuurlijke personen is de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, al dan niet in combinatie met een overeenkomst tot betaling van een geldsom. Dit op grond van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en medeverdachten, die door de rechtbank steeds zijn gevolgd. In de zaak van de [medeverdachte] was geen sprake van procesafspraken, maar heeft de rechtbank desalniettemin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard. Op basis van het procesdossier lijkt het erop dat de rechtspersoon die in deze zaak als verdachte wordt aangemerkt louter instrumenteel is ingezet door die natuurlijke personen ten behoeve van de aan die rechtspersoon ten laste gelegde verwijten. De baten lijken ook voornamelijk naar de natuurlijke personen achter de rechtspersoon gevloeid te zijn, nu uit het dossier lijkt te volgen dat er onderling veelal contant werd betaald. Door onder deze omstandigheden de rechtspersoon wel te vervolgen, maar de natuurlijke personen daarachter niet, is volgens de rechtbank sprake van een ongelijke behandeling en daarmee van strijd met het gelijkheidsbeginsel, waardoor de verdedigingsrechten van art. 6 EVRM geschonden zijn, in een mate dat de rechtszaak in zijn geheel beschouwd niet eerlijk meer is.

De werking van het gelijkheidsbeginsel houdt hier in dat in een megazaak als deze de officier van justitie verdachten onder dezelfde omstandigheden op gelijke wijze moet behandelen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Dit betekent volgens de rechtbank dat het Openbaar Ministerie gelijkheid moet betrachten ten aanzien van een aanbod tot procesafspraken dat wordt gedaan hangende het onderzoek ter terechtzitting, tenzij er zwaarwegende redenen zijn een verdachte anders te behandelen. De rechter heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting de taak die gelijkheid actief te waarborgen door vol te toetsen. Een ander voorbeeld van deze werking van het gelijkheidsbeginsel en de volle toetsing is bijvoorbeeld een afwijzing van procesafspraken door de rechtbank in voorkomende gevallen omdat de afgesproken straffen te laag zijn in verhouding tot opgelegde straffen aan medeverdachten of in verhouding tot doorgaans opgelegde straffen in soortgelijke feiten en persoonlijke omstandigheden.

Van deze werking van het gelijkheidsbeginsel moet onderscheiden worden de werking dat de rechter gelijkheid moet betrachten en waarborgen tussen aanklager en verdediging (equality of arms). Eveneens moet daarvan onderscheiden worden de werking van het gelijkheidsbeginsel dat geldt bij de beslissing van het Openbaar Ministerie om een zaak aan de rechter voor te leggen of niet. Daarom geldt in deze zaak ook niet de rechterlijke terughoudendheid ter waarborging van de beleidsvrijheid van het Openbaar Ministerie om een zaak te vervolgen of niet. Het Openbaar Ministerie heeft hier immers de beslissing genomen de zaak aan de rechter voor te leggen.

Strafrechtelijke doelen van verdere vervolging

Voorts vraagt de rechtbank zich af welke van de rechtens erkende strafdoelen met strafvervolging nog worden gediend.

Zoals overwogen is de redelijke termijn in onderhavige zaak aangevangen op 25 september 2013. Er is dan ook sprake van een tijdsverloop van meer dan dertien jaar, grotendeels doordat aan andere zaken voorrang werd gegeven. Gedurende deze periode heeft de strafvervolging steeds boven het hoofd van verdachte gehangen, hetgeen als een vorm van straf en daarmee als vergelding gezien kan worden. Destijds heeft onderhavige strafzaak ook in de pers gestaan zodat het voorstelbaar is dat de verdachte daarvan schade heeft ondervonden en andere bedrijven in die sector tevens gewaarschuwd waren. Daarmee lijkt ook aan het strafdoel van generale preventie te zijn voldaan.

De rechtbank stelt ook vast dat verdachte na 2013 niet meer in aanraking is gekomen met politie of justitie. Het strafvorderlijk ingrijpen lijkt derhalve zin en nut gehad te hebben, in die zin dat het doel van speciale preventie is bereikt.

Tot slot acht de rechtbank nog van belang dat het Openbaar Ministerie door niet-ontvankelijkheid in alle andere zaken van natuurlijke personen te vorderen het signaal heeft afgegeven niet zo zwaar aan deze verdenkingen meer te tillen als gevolg van het lange tijdsverloop.

Van enig strafdoel is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake meer. Gelet op de afwezigheid van strafdoelen is het overigens niet onwaarschijnlijk dat de rechtbank na een eventuele inhoudelijke behandeling geen straf zou hebben opgelegd, ook met het oog op de forse overschrijding van de redelijke termijn. Eventueel beslag voor verhaal voor een eventueel op te leggen geldboete is dan ook niet relevant.

Conclusie

Uit het bovenstaande volgt dat de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk moet verklaren in de vervolging van [verdachte] B.V.

4. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van [verdachte] B.V.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter, en mr. P.A.M. Wijffels en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.M. van de Vrede, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 oktober 2026.

Mr. Wijffels is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.H.W.M. Sterk
  • mr. P.A.M. Wijffels
  • mr. F.L. Donders

Griffier

  • mr. C.J.M. van de Vrede

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand