ECLI:NL:RBZWB:2026:9964

ECLI:NL:RBZWB:2026:9964

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 02-033404-26 en 02-154205-26 (ttz gevoegd)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor zware mishandeling van zijn toenmalig echtgenote door met een glas tegen haar hoofd te gooien en voor het bezit van professioneel vuurwerk, te weten zeven stuks Super Cobra 6. Oplegging van een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met bijzondere voorwaarden. Daarnaast oplegging van 240 uur taakstraf.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-033404-26 en 02-154205-26 (ttz gevoegd)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1991 te [geboorteplaats] ,

verblijvende op het [adres 1] ,

raadsman mr. J.J. van ’t Hoff, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.J. Louwers en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

parketnummer 02-033404-26

op 26 mei 2025 zijn toenmalige echtgenote [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door een glas tegen haar gezicht te gooien (primair), dan wel door zo te handelen zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling (subsidiair) of mishandeling (meer subsidiair) van die [slachtoffer] ;

parketnummer 02-154205-26

op 1 februari 2026 opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten zeven stuks Super Cobra 6, voorhanden heeft gehad.

3. De voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder parketnummer 02-033404-26 primair ten laste gelegde zware mishandeling en het onder parketnummer 02-154205-26 ten laste gelegde voorhanden hebben van professioneel vuurwerk wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 02-033404-26 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde wegens het ontbreken van opzet, ook in voorwaardelijke zin, op het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel. Ten aanzien van het onder parketnummer 02-154205-26 ten laste gelegde voorhanden hebben van professioneel vuurwerk heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Parketnummer 02-033404-26

De toedracht en het opzet

De rechtbank stelt vast dat verdachte een glas heeft gegooid dat aangeefster tegen de rechterzijde van haar gezicht heeft geraakt. Verdachte heeft het gooien erkend. Aangeefster heeft verklaard dat zij de voordeur uitliep en een enorme klap tegen haar hoofd voelde, ter hoogte van haar jukbeen. De beschrijving van de camerabeelden ondersteunt haar verklaring: aangeefster verliet de woning, draaide zich om en trok de voordeur dicht. Op datzelfde moment vloog een voorwerp door de lucht, waarna aangeefster achteruit stapte en zij haar rechterhand naar haar rechterwang bracht. Zij bevond zich dus bij de voordeur toen zij werd geraakt. Ook haar bericht aan verdachte, dat zij de deur al dichttrok toen hij het glas gooide, sluit hierbij aan.

Deze toedracht strookt niet met de verklaring van verdachte dat aangeefster wegging, hij het glas naar de tussendeur gooide, aangeefster zich omdraaide om iets te zeggen of terugkwam en zich dus in de hal bevond, de tussendeur daarbij iets openging en het glas via die tussendeur haar gezicht raakte. Die tussendeur bevindt zich volgens verdachte op ongeveer twee meter van de voordeur. Aangeefster zelf zou vervolgens buiten het glas kapot hebben gegooid. Zijn verklaring plaatst aangeefster daarmee op een andere plaats ten tijde van het geraakt worden door het glas en beschrijft andere bewegingen dan uit de bewijsmiddelen volgen. De rechtbank volgt die verklaring daarom niet.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het glas met kracht in de richting van aangeefster heeft gegooid terwijl zij buiten stond en de voordeur dichttrok. De kracht blijkt alleen al uit het toegebrachte letsel: door de impact zijn zowel haar rechterjukbeen als haar rechterbovenkaak gebroken. Door een glas met kracht in haar richting te gooien, heeft verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat het glas haar gezicht zou raken en zwaar lichamelijk letsel zou veroorzaken. Het gezicht is een kwetsbaar lichaamsdeel en een glas kan door de kracht van de botsing breuken veroorzaken en wanneer het breekt ernstige snijwonden toebrengen of letsel aan ogen. Het met zoveel kracht gooien van een glas in de richting van aangeefster, is naar zijn uiterlijke verschijningsvormen zozeer gericht op het toebrengen van dergelijk letsel dat de rechtbank daaruit afleidt dat hij die kans bewust heeft aanvaard. Dat hij naar eigen zeggen aangeefster alleen wilde laten schrikken, doet daar niet aan af. De rechtbank acht daarmee voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen.

Het letsel

Aangeefster heeft een breuk in haar rechterjukbeen en een breuk in haar rechterbovenkaak opgelopen. Daarnaast blijkt uit de medische verklaring dat het gevoel in haar rechterwang bij de controle op 16 februari 2026 nog verminderd was, passend bij beschadiging van de gevoelszenuwen als gevolg van het trauma. Hiervoor bestaat geen behandeling. Herstel werd tot maximaal twaalf maanden na het incident verwacht. Daarna resterende gevoelsstoornissen moeten als blijvend worden beschouwd. Uit de onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij blijkt dat aangeefster na twaalf maanden nog steeds een tintelend gevoel ervoer.

Gelet op het blijvende gevoelsverlies in de rechterwang is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zwaar lichamelijk letsel. Daarnaast heeft aangeefster twee breuken opgelopen, in haar rechterjukbeen en rechterbovenkaak, wat de ernst van het letsel verder vergroot.

De rechtbank acht de primair ten laste gelegde zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 02-154205-26

Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] , pagina 230 tot en met 234 van het politieprocesdossier met zaakregistratienummer PL2000-2025346184 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant;

het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van [verbalisant 2] , pagina 2 tot en met 19 van het tweede aanvullende politieprocesdossier met zaakregistratienummer PL2000-2025345949;

de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 september 2026.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

parketnummer 02-033404-26

op 26 mei 2025 te [geboorteplaats] [slachtoffer] (zijn levensgezel) opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door met kracht een glas tegen het gezicht van

voornoemde [slachtoffer] te gooien;

parketnummer 02-154205-26

op 1 februari 2026 te [geboorteplaats] opzettelijk 7 stuks vuurwerk, te weten Cobra’s (Super Cobra 6), zijnde professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een taakstraf van 240 uur gevorderd, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. Hij heeft verzocht daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden, waaronder een contactverbod dat niet geldt voor de dochter van verdachte, en deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de duur van de taakstraf te matigen, gelet op de beperkte hoeveelheid vuurwerk en, bij bewezenverklaring van de mishandeling, de wijze van gooien en de bedoeling van verdachte. De verdediging kan zich vinden in een voorwaardelijke straf met reclasseringsbegeleiding, maar verzet zich tegen een contactverbod, omdat de omgang tussen verdachte en zijn dochter mogelijk moet blijven.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zijn toenmalige partner zwaar mishandeld door met kracht een glas in haar richting te gooien, waardoor zij in haar gezicht werd geraakt. Zij heeft hierdoor twee breuken in het gezicht en blijvend gevoelsverlies opgelopen. Door het aanhoudende gevoelsverlies wordt zij nog dagelijks aan deze gebeurtenis herinnerd. Het geweld vond plaats in haar eigen woning, waar zij zich veilig moet kunnen voelen, en werd gepleegd door haar eigen partner. Dat daarbij twee kinderen in de woning aanwezig waren, maakt het feit des te ernstiger.

Daarnaast heeft verdachte zeven Cobra’s voorhanden gehad. Dit professionele vuurwerk brengt door zijn explosieve kracht aanzienlijke gevaren voor personen en goederen met zich mee. Daarom gelden voor het bezit en gebruik daarvan strenge regels en is gespecialiseerde kennis vereist. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij desondanks dit vuurwerk voorhanden heeft gehad.

De persoon van de verdachte

De rechtbank houdt rekening met de eerdere veroordeling van verdachte voor mishandeling. Hoewel dat incident plaatsvond in een andere context, heeft die veroordeling hem er niet van weerhouden opnieuw geweld te gebruiken.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 21 september 2026. Gelet op de aanwijzingen voor een mogelijk patroon van grensoverschrijdend gedrag naar ex-partners en de emotionele impact van zijn relatiebreuken op verdachte, acht de reclassering gedragsinterventies geïndiceerd. Zij adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, een contact- en locatieverbod en beheersing van het middelengebruik. Daarnaast acht zij het van belang dat het contact- en locatieverbod blijft gelden en behandeling op korte termijn wordt gestart om recidive te voorkomen en adviseert daarom de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.

Conclusie

Gelet op de ernst van de feiten en de blijvende gevolgen voor aangeefster acht de rechtbank een taakstraf van 240 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en om behandeling en begeleiding mogelijk te maken. De rechtbank verbindt daaraan de geadviseerde meldplicht, ambulante behandeling, het contact- en locatieverbod en beheersing van het middelengebruik.

Het contactverbod mag noodzakelijk overleg over de omgang, opvoeding en ontwikkeling van de dochter van verdachte en aangeefster niet belemmeren. Daarom wordt daarvoor een uitzondering gemaakt, maar uitsluitend binnen concrete afspraken over de wijze, inhoud en frequentie daarvan. Deze afspraken worden gemaakt met begeleiding van [begeleiding 1] en [begeleiding 2] , dan wel, wanneer die begeleiding eindigt, bepaald door de reclassering.

De rechtbank beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. De aanwijzingen voor een mogelijk patroon van grensoverschrijdend gedrag tegenover ex-partners, het beperkte probleembesef, de eerdere geweldsveroordeling en de ernst van het bewezen verklaarde partnergeweld geven de rechtbank ernstig reden om rekening te houden met hernieuwd geweld dat de lichamelijke integriteit van personen aantast. De beschermende voorwaarden moeten daarom blijven gelden en de behandeling moet op korte termijn kunnen beginnen.

7. De vordering van de benadeelde partij

Parketnummer 02-033404-26

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 3.223,99, bestaande uit € 223,99 aan materiële schade en € 3.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft verzocht de vergoeding voor immateriële schade te beperken tot € 500,-, aangezien de gestelde PTSS ook andere oorzaken kan hebben.

Materiële schade

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte aangeefster zwaar heeft mishandeld. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De materiële schade, bestaande uit de kosten van het eigen risico van de zorgverzekering, zijn onderbouwd met een rekening van VGZ en niet betwist. Deze kosten zijn een rechtstreeks gevolg van de bewezen verklaarde zware mishandeling. De rechtbank wijst het bedrag van € 223,99 daarom toe.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde zware mishandeling lichamelijk letsel opgelopen en heeft daarom recht op vergoeding van immateriële schade. Zij heeft twee breuken in haar gezicht en blijvend gevoelsverlies opgelopen. Gelet op de aard, ernst en blijvende gevolgen van dit letsel acht de rechtbank een vergoeding van € 3.000,- billijk.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 26 mei 2025.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van het de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

Taakstraf

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 02-033404-26

zware mishandeling;

parketnummer 02-154205-26

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

Voorwaardelijke gevangenisstraf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Ringbaan West 275 te Tilburg . Huisbezoeken kunnen onderdeel uitmaken van de meldplicht;

2. dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start na intake. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

3. dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met [slachtoffer] , geboren [geboortedag 2] 1992, behalve voor zover dit contact noodzakelijk is voor de omgang, opvoeding en ontwikkeling van hun dochter. Dit contact is alleen toegestaan binnen vooraf met begeleiding van [begeleiding 1] en [begeleiding 2] gemaakte afspraken, dan wel, wanneer die begeleiding eindigt, binnen de door de reclassering te bepalen afspraken. Deze afspraken leggen de toegestane wijze van contact, inhoud en frequentie vast;

4. dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in [adres 2] te [plaats] , [adres 3] te [plaats] en [adres 4] ;

5. dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en hoe lang wordt gecontroleerd;

- van rechtswege gelden de volgende voorwaarden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uur per dag;

Benadeelde partij [slachtoffer]

parketnummer 02-033404-26

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 3.223,99, waarvan € 223,99 aan materiële schade en € 3.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 mei 2025 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , € 3.223,99 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 mei 2025 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 32 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Koek, voorzitter, en mr. M.E.I. Beudeker en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Lemmens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 oktober 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

parketnummer 02-033404-26

hij op of omstreeks 26 mei 2025 te [plaats]

aan een ander, te weten [slachtoffer] (zijn levensgezel)

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door

met kracht een glas, althans een scherp voorwerp, tegen het gezicht van

voornoemde [slachtoffer] te gooien en/of te duwen;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van

Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 mei 2025 te [plaats]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer] (zijn levensgezel)

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

met kracht een glas, althans een scherp voorwerp, tegen gezicht van voornoemde

[slachtoffer] heeft gegooid en/of geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van

Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 mei 2025 te [plaats]

[slachtoffer] (zijn levensgezel) heeft mishandeld, door

met kracht een glas, althans een scherp voorwerp, tegen het gezicht van

voornoemde [slachtoffer] te gooien en/of te duwen,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 304

lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht )

parketnummer 02-154205-26

hij op of omstreeks 1 februari 2026 te [plaats] ,

opzettelijk 7 stuks vuurwerk, te weten Cobra’s (Super Cobra 6), zijnde professioneel

vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad;

( art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand