ECLI:NL:RBZWB:2026:9975

ECLI:NL:RBZWB:2026:9975

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 01-120998-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Beslissing van de raadkamer met betrekking tot schorsing van de voorlopige hechtenis ter executie van een onherroepelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

parketnummer : 01-120998-26

bevel gevangenhouding van de rechtbank, meervoudige raadkamer in strafzaken van 02 september 2026 (artikel 65 Wetboek van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] .

Raadsvrouw mr. H.E. Berman.

Procedure

De rechter-commissaris heeft op 27 augustus 2026 de bewaring bevolen.

De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd voor de duur van 90 dagen.

De verdediging heeft de opheffing dan wel de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.

De rechtbank heeft de officier van justitie mr. J. Castelein, de verdachte en de raadsvrouw gehoord.

Beoordeling

Na onderzoek is gebleken dat de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan.

ernstige bezwaren

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren zijn om de voorlopige hechtenis te laten voorduren. De rechter-commissaris heeft deze uiteengezet en de rechtbank sluit zich hierbij aan. Zij heeft zich er voorts van vergewist dat de laatst binnengekomen stukken dit niet anders maken.

gronden

Uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke

veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert.

Er is sprake van verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een

gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld. Wanneer verdachte in deze fase van het strafproces op vrije voeten wordt gesteld, zou dit tot maatschappelijke onrust leiden. Het gaat om een overval waarbij twee personen op leeftijd in hun eigen woning fors zijn bedreigd en waarbij verschillende voorwerpen zijn meegenomen.

Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan

waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.

Immers de verdachte is al eerder met politie en justitie in aanraking geweest voor

soortgelijke delicten.

schorsing

Door de verdediging is een verzoek tot schorsing gedaan. Verdachte is onherroepelijk veroordeeld en zou deze straf kunnen uitzitten in plaats van in voorlopige hechtenis te moeten verblijven. De rechtbank overweegt dat zij op meerdere momenten heeft geoordeeld dat een verzoek als het onderhavige in beginsel moet worden gehonoreerd omdat het uitzitten van een gevangenisstraf een adequaat alternatief is voor voorlopige hechtenis waarmee het gevaar op herhaling en het risico op maatschappelijke onrust wordt weggenomen en waarmee voorts wordt voldaan aan het subsidiariteitsvereiste dat een essentieel onderdeel is van de bescherming die artikel 5 van het EVRM biedt.

Door het gerechtshof in Den Bosch is echter geoordeeld dat een schorsing zoals thans verzocht dient te worden afgewezen tenzij sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is in het onderhavige geval niet gebleken.

Naar aanleiding van de laatste beslissing van het gerechtshof zijn door de rechtbank prejudiciele vragen gesteld aan de Hoge Raad. Nu echter niet bekend is wanneer de Hoge Raad hierover arrest zal wijzen, zal de rechtbank de lijn van het gerechtshof vooralsnog volgen. Dit om onnodig veel appellen en onzekerheid te voorkomen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek tot schorsing afwijzen.

De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:

beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 90 (negentig) dagen;

wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af;

wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 02 september 2026 door:

mr. E.B. Prenger, voorzitter,

mr. J.F.C. Janssen en mr. A.K. Bloemendal, rechters,

in tegenwoordigheid van S.E. van de Berkt, griffier.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.B. Prenger
  • mr. J.F.C. Janssen
  • mr. A.K. Bloemendal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand