ECLI:NL:RVS:2007:BB8862

ECLI:NL:RVS:2007:BB8862, Raad van State, 15-11-2007, 200705643/1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 15-11-2007
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200705643/1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 6 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002367

Samenvatting

Procesbelang / gemeenschapsonderdaan / verblijfsvergunning regulier De rechtbank had kunnen en moeten onderkennen dat appellant een belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep, reeds omdat één van de voorwaarden voor het verkrijgen voor naturalisatie de duur van het rechtmatig verblijf in Nederland is, en dat niet is uitgesloten dat het rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning regulier in dit geval eerder zou kunnen aanvangen dan het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000.

Uitspraak

200705643/1.

Datum uitspraak: 15 november 2007

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[Appellant],

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/20742 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 5 juli 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 december 2003 heeft de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 7 april 2006 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 5 juli 2007, verzonden op 11 juli 2007, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep niet ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 8 augustus 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De staatssecretaris van Justitie heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Appellant klaagt in zijn derde grief dat de rechtbank, door te overwegen dat appellant – vanwege zijn Slowaakse nationaliteit – reeds op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) rechtmatig verblijf geniet en om die reden geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep, heeft miskend dat zijn belang er in is gelegen dat de ingangsdatum van zijn verblijfsrecht op grond van de verblijfsvergunning regulier vóór het moment waarop het verblijfsrecht op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000 is ontstaan zou kunnen liggen, en dat hij hierdoor eerder aan één van de voorwaarden voor naturalisatie zou kunnen voldoen.

2.2. De grief slaagt. De rechtbank had kunnen en moeten onderkennen dat appellant een belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep, reeds omdat één van de voorwaarden voor het verkrijgen voor naturalisatie de duur van het rechtmatig verblijf in Nederland is, en dat niet is uitgesloten dat het rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning regulier in dit geval eerder zou kunnen aanvangen dan het rechtmatig verblijf op grond van

artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000.

2.3. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De overige grieven behoeven geen bespreking. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de Raad van State naar de rechtbank terugwijzen om te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

2.4. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 5 juli 2007 in zaak nr. 06/20742;

III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;

IV. stelt de door appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten;

V. gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Justitie) aan appellant het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 214,00 (zegge: tweehonderdveertien euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins de Vin, Voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. T.M.A. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin

Voorzitter

w.g. Van Helvoort

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2007

361.

Verzonden: 15 november 2007

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JV 2008/19
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?