ECLI:NL:RVS:2010:BM7132

ECLI:NL:RVS:2010:BM7132, Raad van State, 09-06-2010, 200909226/1/H1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 09-06-2010
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200909226/1/H1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZUT:2009:BK0875
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002375 BWBR0005181 BWBR0013890

Samenvatting

Bij besluit van 12 december 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groenlo, thans: Oost Gelre, (hierna: het college) geweigerd appellant onder vrijstelling van het bestemmingsplan lichte bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een hobbyruimte/kantoor en berging op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Uitspraak

200909226/1/H1.

Datum uitspraak: 9 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 21 oktober 2009 in zaak nr. 08/1414 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders Oost Gelre.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groenlo, thans: Oost Gelre, (hierna: het college) geweigerd appellant onder vrijstelling van het bestemmingsplan lichte bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een hobbyruimte/kantoor en berging op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 2 juli 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 oktober 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zutphen het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 27 december 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 mei 2010, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door M.H.J. Reintjes, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt dat - samengevat weergegeven - de rechtbank heeft miskend dat het college in vergelijkbare gevallen wel medewerking aan bouwplannen heeft verleend en hij er op mocht vertrouwen dat dat in zijn geval ook zou gebeuren.

2.1.1. Dat betoog faalt. Ten behoeve van de door hem aangewezen bouwwerken aan de Kloezedijk 2 en 4 te Lievelde is geen vrijstelling verleend. Voor zover [appellant] heeft verwezen naar een garage aan de Lievelderweg 94, wordt overwogen dat het college bouwvergunning voor het oprichten daarvan heeft verleend, omdat dat bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan en er ook geen andere grond was om die te weigeren.

De door het college voor het aanleggen van een zwembad, het maken van een doorbraak naar het souterrain en het plaatsen van enkele tuinmuren op het perceel Lievelderweg 85 verleende vrijstelling en bouwvergunning betreft geen vergelijkbare bouwwerken. Voor de bij het zwembad gebouwde terrasoverkapping was ingevolge artikel 2, aanhef en onder b, van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken voorts geen bouwvergunning vereist. [appellant] heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat het college hem door de weigering anders heeft behandeld dan anderen in vergelijkbare gevallen of dat het bij hem door vergunningverlening in de door hem genoemde gevallen het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat het in een geval als dit met vrijstelling van het bestemmingsplan bouwvergunning zou verlenen.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Driel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2010

414-642.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?