201001885/1/M1.
Datum uitspraak: 23 maart 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant] en anderen, zich noemende Buurtcomité [locaties], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 juli 2009 heeft het college een verzoek van [appellant] en anderen om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een milieustraat van de gemeente Hellevoetsluis op het perceel Rijksstraatweg 252a te Hellevoetsluis afgewezen.
Bij besluit van 12 januari 2010 heeft het college het door [appellant] en anderen hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 februari 2010, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het college heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 januari 2011, waar [appellant] en anderen, van wie [appellant] in persoon en als vertegenwoordiger van de anderen, en het college, vertegenwoordigd door Y.E. Staal LLM MSc, mr. A. Bagcivan, ing. S. Obbens, drs. H. Bakkeren, ir. G. Put, allen werkzaam bij de DCMR Milieudienst Rijnmond, en ing. S. Grob, werkzaam bij ingenieursbureau Oranjewoud B.V., zijn verschenen. Voorts is ter zitting de gemeente Hellevoetsluis, vertegenwoordigd door B. Bruinsma MSc, ing. S. Brouwer-Koster, ing. J. Dijkman en F. van Wijk, allen werkzaam bij de gemeente, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het college betoogt dat [appellant] en anderen geen belang meer hebben bij hun beroep tegen het besluit van 12 januari 2010. Daartoe voert het college aan dat bij besluit van 16 februari 2010 aan de gemeente Hellevoetsluis een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend voor het oprichten en in werking hebben van een milieustraat op het perceel Rijksstraatweg 252a te Hellevoetsluis. Voorts voert het college aan dat op 10 december 2010 een bouwvergunning is verleend, zodat de milieuvergunning in werking is getreden. Volgens het college dient het beroep derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.1.1. [appellant] en anderen wensen met hun beroep tegen het besluit van 12 januari 2010 te bereiken dat dit besluit wordt vernietigd en het college alsnog bestuurlijke handhavingsmiddelen toepast met betrekking tot de inrichting vanwege het zonder een daartoe vereiste milieuvergunning in werking hebben van een milieustraat. Hetgeen zij wensen kan niet langer worden bereikt nu de milieuvergunning voor de milieustraat als gevolg van de uitspraak van de Afdeling van heden in zaak nr. 201002686/1/M1 in rechte onaantastbaar is geworden, zodat het college niet langer bevoegd is wegens het zonder een milieuvergunning in werking hebben van een milieustraat te handhaven. Derhalve is thans het belang bij het beroep ontvallen, zodat het niet-ontvankelijk is.
2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Melse
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2011
191-625.