201109148/1/A1.
Datum uitspraak: 18 april 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellanten], wonend te Hattemerbroek, gemeente Oldebroek, (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant]),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 13 juli 2011 in zaken nrs. 10/141, 10/142 en 10/143 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek.
1. Procesverloop
Bij besluit van 2 september 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] ontheffing en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een duivenhok op het perceel [locatie], kadastraal bekend gemeente Oldebroek, sectie […], nummer […] (hierna: het perceel).
Bij uitspraak van 13 juli 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 augustus 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 15 september 2011.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 maart 2012, waar [appellant], vertegenwoordigd door K. de Wit, en het college, vertegenwoordigd door G.J.W. van Hoorn en J. Tuitert, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder] gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Hattemerbroek Dorp 2005", nu het bouwvlak wordt overschreden. Het college heeft teneinde bouwvergunning te kunnen verlenen ontheffing verleend krachtens artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang gelezen met artikel 4.1.1., eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening.
2.2. Het betoog van [appellant] dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan ook in strijd is met de ingevolge het bestemmingsplan op het perceel rustende bestemming "Maatschappelijk M", alsmede zijn betoog dat de rechtbank heeft miskend dat het college, gelet op de geluids- en stankoverlast als gevolg van de realisering van het duivenhok en de omstandigheid dat volgens hem een vergunning op grond van de Wet milieubeheer is vereist, in redelijkheid geen vrijstelling voor het bouwplan heeft kunnen verlenen, betreft een herhaling van hetgeen hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank is hierop in de overwegingen van de aangevallen uitspraak ingegaan. [appellant] heeft in hoger beroep geen redenen aangevoerd waarom de door de rechtbank gegeven weerlegging van de desbetreffende beroepsgronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. Er bestaat derhalve geen aanleiding voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, ambtenaar van staat.
w.g. Offers w.g. Kos
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 april 2012
580.