ECLI:NL:RVS:2012:BX6515

ECLI:NL:RVS:2012:BX6515, Raad van State, 05-09-2012, 201107621/1/A4

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 05-09-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201107621/1/A4
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003245 BWBR0003994 BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 9 juni 2011 heeft het college vastgesteld dat zich op de locatie [locatie] te [plaats] een geval van ernstige bodemverontreiniging voordoet, waarvan spoedige sanering noodzakelijk is.

Uitspraak

201107621/1/A4.

m uitspraak: 5 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2011 heeft het college vastgesteld dat zich op de locatie [locatie] te [plaats] een geval van ernstige bodemverontreiniging voordoet, waarvan spoedige sanering noodzakelijk is.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De vereniging Nationaal Jachtschietcentrum Berkenhorst, [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 juli 2012, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en het college, vertegenwoordigd door mr. G.R.G. van Thiel en ing. A. Luykx, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

Overwegingen

1. De bodemverontreiniging op de [locatie]betreft een verontreiniging met lood, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en minerale olie als gevolg van schietactiviteiten in de op de locatie aanwezige schietinrichting.

2. Ingevolge artikel 20.1, eerste en derde lid, van de Wet milieubeheer, voor zover hier van belang, kan een belanghebbende tegen een besluit op grond van de Wet bodembescherming beroep instellen bij de Afdeling.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.1. Het college en de vereniging Nationaal Jachtschietcentrum Berkenhorst stellen zich op het standpunt dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geen belanghebbenden zijn bij het bestreden besluit, omdat hun woningen aan de [locaties a en b] te [plaats] zijn gelegen op ongeveer 275 meter afstand van de bodemverontreiniging.

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] betwisten dat zij geen belanghebbenden zijn. In dit verband stellen zij dat zij milieugevolgen van de schietinrichting ondervinden en dat een deel van de bodemverontreiniging is gelegen op openbaar gebied, waar zij recreƫren.

2.2. Dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] recreƫren in een deel van het gebied van de bodemverontreiniging maakt hen geen belanghebbenden bij het bestreden besluit, nu zij zich in zoverre onvoldoende onderscheiden van anderen die zich in dit gebied willen begeven. Dat zij bij hun woningen wellicht milieugevolgen van het in werking zijn van de schietinrichting kunnen ondervinden, zoals geluidhinder, maakt hen evenmin belanghebbenden bij het bestreden besluit. Bepalend voor het antwoord op de vraag of zij bij het bestreden besluit belanghebbenden zijn, is of zij bij hun woningen gevolgen kunnen ondervinden van de bodemverontreiniging waarop dit besluit betrekking heeft.

De verontreiniging met lood, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en minerale olie bevindt zich hoofdzakelijk in de toplaag van de vaste bodem. Voor zover de verontreiniging zou kunnen doordringen tot het grondwater, stroomt dit grondwater niet in de richting van de percelen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2]. Gelet op de aard van de bodemverontreiniging is niet aannemelijk dat verspreiding van de verontreiniging zal optreden naar hun percelen. Nu niet aannemelijk is dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] bij hun woningen gevolgen kunnen ondervinden van de bodemverontreiniging, zijn zij geen belanghebbenden bij het bestreden besluit.

3. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van staat.

w.g. Sorgdrager w.g. Van Grinsven

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2012

462-693.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JM 2012/149 met annotatie van Y. Flietstra JOM 2012/905 JBO 2013/38 met annotatie van H.J. Bos
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?