ECLI:NL:RVS:2013:763

ECLI:NL:RVS:2013:763, Raad van State, 14-08-2013, 201300632/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-08-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201300632/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0020449

Samenvatting

Bij besluit van 12 oktober 2010 heeft het college een aanvraag van [appellante] om tegemoetkoming in planschade, dan wel vergoeding van zodanige schade, afgewezen.

Uitspraak

201300632/1/A2.

Datum uitspraak: 14 augustus 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te Heinenoord, gemeente Binnenmaas,

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 14 december 2012 in zaak nr. 11/1035 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Binnenmaas.

Procesverloop

Bij besluit van 12 oktober 2010 heeft het college een aanvraag van [appellante] om tegemoetkoming in planschade, dan wel vergoeding van zodanige schade, afgewezen.

Bij besluit van 4 juli 2011 heeft het het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 december 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nog nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juli 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door haar [bestuurder], en het college, vertegenwoordigd door mr. C.E.M. Vaassen en L.H.G. Molenaar-Van der Bom, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college het advies van de Commissie voor bezwaarschriften van de gemeente Binnenmaas (hierna: de bezwarencommissie) van 17 mei 2010 niet aan het besluit van 4 juli 2011 ten grondslag mocht leggen, nu de secretaris van de bezwarencommissie betrokken is geweest bij een procedure over een weigering van een door haar aangevraagde bouwvergunning en een lid in strijd met de Verordening commissie bezwaarschriften van de gemeente Binnenmaas (hierna: de Verordening), onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente werkzaam was. Zij heeft ter toelichting onder meer een aanstellingsbesluit van 21 december 2005 en een van 13 maart 2007 overgelegd.

1.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Verordening bestaat de commissie uit een voorzitter en ten minste twee leden.

Ingevolge het vierde lid maken de voorzitter en de leden geen deel uit van en zijn zij niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, is de secretaris van de commissie een door het college aangewezen ambtenaar.

1.2. Dat de secretaris van de bezwarencommissie, als gesteld, betrokken is geweest bij het besluit tot weigering van een door [appellante] gevraagde bouwvergunning, maakt niet dat het college het advies van de bezwarencommissie niet aan het besluit van 4 juli 2011 ten grondslag mocht leggen. Die secretaris maakte ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Verordening geen deel uit van de commissie en is ingevolge artikel 4, eerste lid een door het college aangewezen ambtenaar.

In zoverre faalt het betoog.

1.3. Niet in geschil is dat het desbetreffende lid per 1 maart 2006 is aangesteld in de functie van adjunct-directeur bij het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (hierna: het SVHW) en met ingang van 1 januari 2007 als onbezoldigd ambtenaar van de gemeente Binnenmaas. Anders dan het college betoogt, was die laatste aanstelling in dezen niet zonder betekenis. Ingeval betrokkene niet als onbezoldigd ambtenaar van de gemeente zou zijn aangesteld, zou hij niet werkzaam mogen zijn als adjunct-directeur bij het SVHW. Gelet hierop, is het advies van de bezwarencommissie in strijd met artikel 3, vierde lid, van de Verordening, tot stand gekomen. Het college mocht het om die reden niet ten grondslag leggen aan het besluit van 4 juli 2011.

Het betoog slaagt in zoverre.

2. Het hoger beroep is reeds om die reden gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling tegen dat besluit ingestelde beroep gegrond verklaren. Het dient wegens strijd met artikel 3, vierde lid, van de Verordening te worden vernietigd. Het college dient een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 1.3. is overwogen. Het dient daartoe, de Verordening daarbij in acht nemend, opnieuw aan de bezwarencommissie advies te vragen.

3. Het college zal op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten in verband met de behandeling van het beroep worden veroordeeld. Van proceskosten in hoger beroep die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 14 december 2012 in zaak nr. 11/1035;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Binnenmaas van 4 juli 2011, kenmerk Z10/11497;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Binnenmaas tot vergoeding aan [appellante] van de bij deze in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Binnenmaas aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 768,00 (zegge: zevenhonderdachtenzestig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. J.C. Kranenburg en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Lodder

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2013

17-680.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JB 2013/188 JOM 2014/96
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?