ECLI:NL:RVS:2013:BZ1244

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1244, Raad van State, 13-02-2013, 201205217/1/A1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 13-02-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201205217/1/A1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1531
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0024779

Samenvatting

Bij besluit van 18 februari 2011 heeft het college [appellant] gelast om voor 31 maart 2011 de schuur aan de [locatie] te [plaats], (hierna: het perceel) in overeenstemming te brengen met de daarvoor verleende bouwvergunning.

Uitspraak

201205217/1/A1.

Datum uitspraak: 13 februari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Berkelland,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 11 april 2012 in zaak

nr. 11/1041 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Berkelland.

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2011 heeft het college [appellant] gelast om voor 31 maart 2011 de schuur aan de [locatie] te [plaats], (hierna: het perceel) in overeenstemming te brengen met de daarvoor verleende bouwvergunning.

Bij besluit van 6 juli 2011 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 april 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 december 2012.

Overwegingen

1. Op 17 juni 2004 is aan [appellant] onder vrijstelling van het bestemmingsplan bouwvergunning verleend voor het oprichten van een schuur met een oppervlakte van ongeveer 45 m². Niet is in geschil dat [appellant] de schuur groter dan toegestaan heeft uitgevoerd, zodat het college daartegen handhavend kon optreden.

2. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn op grond waarvan het college van handhavend optreden behoorde af te zien. Daartoe voert hij aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat legalisering mogelijk is. In het nieuwe bestemmingsplan "Borculo, Woongebieden 2011" krijgt het perceel de bestemming "Woondoeleinden". De verandering van de agrarische bestemming in een woonbestemming brengt met zich dat enige bebouwings- of uitbreidingsmogelijkheden op het perceel behoren te worden toegestaan, aldus [appellant]. Het college heeft volgens [appellant] geen belang bij de weigering daaraan medewerking te verlenen. Voorts heeft het volgens hem in vergelijkbare gevallen wel medewerking verleend.

[appellant] voert voorts aan dat de rechtbank heeft miskend dat handhavend optreden in strijd is met het vertrouwensbeginsel, aangezien na de door de rechtbank aangehaalde uitspraken van de Afdeling nog duidelijker is geworden dat de ambtenaar die hem toezeggingen heeft gedaan over de schuur daartoe wel degelijk bevoegd was.

2.1. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat daartegen handhavend kan optreden in de regel van die bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het dat niet doen. Dit kan zich voordoen, indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat in verband daarmee van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.2. De rechtbank heeft terecht geen bijzondere omstandigheden aanwezig geacht op grond waarvan het college van handhavend optreden behoorde af te zien. Daarbij heeft zij met juistheid overwogen dat geen concreet zicht op legalisering bestaat, omdat de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de schuur is afgewezen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de Afdeling het hoger beroep van [appellant] daartegen bij uitspraak van heden (zaak nr. 201205216/1/A1) ongegrond heeft verklaard. Een beroep op het in ontwikkeling zijnde bestemmingsplan "Borculo, Woongebieden 2011" kan hem niet baten, reeds omdat ten tijde van het besluit van 6 juli 2011 nog geen ontwerp daarvan ter inzage was gelegd, nog afgezien van het feit dat de schuur ook in strijd is met het ontwerp van dat bestemmingsplan.

De rechtbank heeft verder terecht het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen. In de uitspraak van de Afdeling van 24 november 2010, in zaak nr. 201003520/1/H1, is overwogen dat, daargelaten dat de desbetreffende ambtenaar niet bevoegd was te besluiten over de al of niet verlening van een bouwvergunning dan wel over de bevoegdheid om handhavend op te treden, de door hem gedane uitlatingen te algemeen waren om daaraan de gerechtvaardigde verwachting te ontlenen dat de uitbreiding van de schuur bouwvergunningvrij was. Er bestaat geen reden om thans tot een andere conclusie te komen, te minder nu [appellant] zijn stelling dat nadien nog duidelijker is geworden dat het een bevoegde ambtenaar betrof niet heeft onderbouwd.

Voor zover [appellant] heeft beoogd daarnaast een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel wordt overwogen dat er geen reden is waarom dat niet reeds bij de rechtbank kon worden aangevoerd en [appellant] dit uit een oogpunt van een zorgvuldig en doelmatig gebruik van rechtsmiddelen en omwille van de zekerheid van de andere partijen omtrent hetgeen in geschil is, had behoren te doen, zodat deze grond buiten beschouwing dient te blijven.

Het betoog faalt.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2013

270-757.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?