201400923/1/A3.
Datum uitspraak: 20 augustus 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Dordrecht,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2013 in zaak nr. 13/418 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Dordrecht.
Procesverloop
Bij besluit van 18 juni 2012 heeft de burgemeester aan [belanghebbende] ten behoeve van de [horeca-inrichting], gevestigd in het pand aan de [locatie] te Dordrecht, een ontheffing verleend van de openings- en sluitingstijden voor de periode van 20 juli tot en met 21 augustus 2012.
Bij besluit van 20 december 2012 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 19 december 2013, voor zover thans van belang, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 20 december 2012 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 juli 2014, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. K Baoutou en mr. G. Boukich, werkzaam bij het Servicecentrum Drechtsteden, is verschenen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden overwogen dat [appellant] niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij het besluit van 18 juni 2012 en dat het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar om die reden niet-ontvankelijk is. Derhalve komt de Afdeling niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van hetgeen [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, griffier.
w.g. Van Altena w.g. Van Deventer-Lustberg
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2014
587.