201705033/1/A3.
Datum uitspraak: 27 juni 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
wijlen [appellant], wonend te Enschede,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 24 januari 2017 in zaak nr. 16/2444 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Enschede.
Procesverloop
Bij besluit van 6 juni 2016 heeft de burgemeester [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan [locatie] te Enschede (Glanerbrug) te sluiten voor de duur van zes maanden.
Bij besluit van 4 oktober 2016 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 24 januari 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 8 juni 2018.
Overwegingen
1. De Afdeling overweegt ambtshalve dat [appellant] na het instellen van het hoger beroep is overleden. Zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep is met zijn overlijden komen te vervallen. Er zijn geen erfgenamen bekend die als rechtsopvolgers van [appellant] een belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Binnema, griffier.
w.g. Minderhoud w.g. Binnema
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2018
589.