ECLI:NL:RVS:2018:3775

ECLI:NL:RVS:2018:3775, Raad van State, 21-11-2018, 201804568/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 21-11-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201804568/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOBR:2018:2325
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 22 maart 2017 heeft de raad een aanvraag om een toevoeging rechtsbijstand ten behoeve van [appellant], afgewezen.

Uitspraak

201804568/1/A2.

Datum uitspraak: 21 november 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 9 mei 2018 in zaak nr. 17/2085 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 22 maart 2017 heeft de raad een aanvraag om een toevoeging rechtsbijstand ten behoeve van [appellant], afgewezen.

Bij besluit van 13 juni 2017 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 mei 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling van de zaak ter zitting.

Overwegingen

1. De wetsartikelen die in deze zaak van belang zijn, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

2. Op 24 februari 2017 heeft mr. J.J.M. Boot, advocaat, namens

[appellant] een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand in een bezwaarprocedure tegen het Centraal Administratiekantoor (hierna: CAK) aangaande een bestuurlijke boete die aan [appellant] is opgelegd omdat hij niet binnen drie maanden een zorgverzekering heeft afgesloten.

Bij besluit van 22 maart 2017 heeft de raad deze aanvraag met toepassing van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand en artikel 4, tweede lid, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegingcriteria, afgewezen omdat het op geld waardeerbare belang beneden een bedrag van € 500,00 blijft, waardoor de aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak. Met het bestreden besluit heeft de raad dit standpunt gehandhaafd. De rechtbank heeft het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. [appellant] beoogt met zijn hoger beroep te bereiken dat een reguliere toevoeging wordt toegekend door de raad. De Afdeling is echter slechts gehouden tot een inhoudelijke beoordeling van een hoger beroep, indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de Afdeling niet gehouden uitspraak te doen uitsluitend wegens de principiële betekenis daarvan. De Afdeling zal eerst beoordelen of nog belang bestaat bij de beoordeling van het hoger beroep.

4. Het bestreden besluit heeft betrekking op de vraag of [appellant] als rechtzoekende aanspraak kan maken op gefinancierde rechtsbijstand. Niet in geschil is dat voor de verleende rechtsbijstand inmiddels een lichte adviestoevoeging (hierna: LAT) is verleend, zodat [appellant] aanspraak heeft op gefinancierde rechtsbijstand. Niet gebleken is dat het niet verlenen van een reguliere toevoeging, waarmee aanspraak kan worden gemaakt op vergoeding van meer uren rechtsbijstand, voor [appellant] financiële of andere gevolgen heeft gehad. Daarbij is van belang dat de procedure waarvoor de rechtsbijstand is aangevraagd blijkens het verhandelde op de zitting bij de rechtbank reeds is afgerond en dat de rechtsbijstand al is verleend. Bovendien volgt uit artikel 38 van de Wet op de rechtsbijstand gelezen in samenhang met artikel 4 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 dat eventueel extra aan de procedure bestede uren niet bij [appellant] in rekening mogen worden gebracht.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [appellant] als gevolg van de toekenning van de LAT geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn hoger beroep.

5. Gelet op het vorenstaande wordt niet toegekomen aan een beoordeling van de door [appellant] aangevoerde gronden. Het hoger beroep van [appellant] is vanwege het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Donner-Haan, griffier.

w.g. Borman w.g. Donner-Haan

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2018

674. BIJLAGE

Wet op de rechtsbijstand

Artikel 12

1. […]

2. Rechtsbijstand wordt niet verleend indien:

a. [..]

b. de aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak;

[…]

3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overeenkomstig het tweede lid in acht te nemen criteria.

Artikel 38

1. De rechtzoekende is de hem opgelegde eigen bijdrage van rechtswege verschuldigd aan degene die hem de rechtsbijstand verleent. Voor het overige is hij geen vergoeding verschuldigd, behoudens voor kosten die meer in het bijzonder ten behoeve van zijn zaak zijn gemaakt, voor zover die op grond van artikel 41 aan hem in rekening mogen worden gebracht.

[…]

Besluit rechtsbijstand- en toevoegingcriteria

Artikel 4

1. […]

2. Rechtsbijstand op basis van een toevoeging anders dan ten behoeve van eenvoudig rechtskundig advies wordt, als zijnde van onvoldoende belang, niet verleend indien het op geld waardeerbare belang blijft beneden een bedrag van € 500,-.

[…]

Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000

Artikel 4

1. De rechtsbijstandverlener brengt aan de rechtzoekende de eigen bijdrage die deze overeenkomstig artikel 35 van de wet verschuldigd is, in rekening.

2. De rechtsbijstandverlener mag voorts aan de rechtzoekende geen andere kosten in rekening brengen dan die ter zake van:

a. griffierechten;

b. getuigen en deskundigen;

c. uittreksels uit de openbare registers;

d. telegrammen, internationale telex, internationale telefax en internationale telefoongesprekken;

e. rolverrichtingen in zaken die door de kantonrechter van de rechtbank worden behandeld.

3. De kosten, bedoeld in het tweede lid, worden steeds aan de rechtzoekende gespecificeerd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?