ECLI:NL:RVS:2019:1115

ECLI:NL:RVS:2019:1115, Raad van State, 10-04-2019, 201806084/1/A3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-04-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201806084/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOVE:2018:2054
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005252

Samenvatting

Bij besluit van 13 januari 2016 heeft het college een verzoek van [appellante] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) documenten te verstrekken, gedeeltelijk afgewezen.

Uitspraak

201806084/1/A3.

Datum uitspraak: 10 april 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Zwolle,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 15 juni 2018 in zaak nr. 17/2435 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle.

Procesverloop

Bij besluit van 13 januari 2016 heeft het college een verzoek van [appellante] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) documenten te verstrekken, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 27 februari 2017 heeft het college een verzoek van [appellante] om op grond van de Wob documenten te verstrekken, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 3 oktober 2017 heeft het college opnieuw op de bezwaren van [appellante] tegen die besluiten beslist, deze deels gegrond verklaard, besloten dat [appellante] een deel van de documenten waar zij om heeft verzocht kan komen inzien en een deel zal worden verstrekt nadat leges zijn betaald.

Bij uitspraak van 15 juni 2018 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard voor zover het ziet op het deel van de documenten dat [appellante] kan komen inzien, het besluit in zoverre vernietigd, het college opgedragen deze documenten aan [appellante] toe te zenden en het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

Bij besluit van 21 juni 2018 heeft het college aan de opdracht van de rechtbank gehoor gegeven en de documenten aan [appellante] toegezonden.

Tegen de uitspraak van 15 juni 2018 heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak aan de orde gesteld op 27 maart 2019.

Overwegingen

1. [appellante] heeft een aantal verzoeken gedaan op grond van de Wob. In geschil is het verzoek om alle financiële gegevens openbaar te maken met betrekking tot belasting en loonbeslag over de jaren 2001 tot en met 2015, waaronder documenten van [bedrijf], en met betrekking tot alle afzonderlijke betalingen over de periode 2001 tot en met 2015 aan en door [appellante], [belanghebbende A] en [belanghebbende B]. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de documenten aan [appellante] moest toezenden.

2. Het nieuwe besluit op bezwaar van 21 juni 2018 wordt, gelet op artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van die wet, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Dat wil zeggen dat van rechtswege beroep tegen dat besluit is ontstaan.

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat tussen de documenten die zij toegestuurd heeft gekregen, niet de documenten zitten waar zij om heeft verzocht, terwijl het college die wel heeft.

Het college heeft bij brief van 31 december 2018 desgevraagd medegedeeld dat het alle documenten heeft verstrekt en er niet meer documenten zijn.

4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 25 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2527)) is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, dat document toch onder het bestuursorgaan berust.

5. De Afdeling stelt vast dat onder de documenten die het college aan [appellante] heeft toegestuurd documenten zitten die betrekking hebben op belasting en loonbeslag, waaronder betaaloverzichten en documenten die afkomstig zijn van [bedrijf]. In totaal heeft het college honderden pagina’s toegezonden. De mededeling dat er niet meer documenten zijn, komt de Afdeling niet ongeloofwaardig voor. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het college meer documenten heeft dan het heeft toegezonden en het college documenten die vallen onder het Wob-verzoek en die onder het college berusten niet openbaar heeft gemaakt.

Het betoog faalt.

6. Het hoger beroep is ongegrond. Het beroep dat van rechtswege is ontstaan tegen het besluit van 21 juni 2018 is eveneens ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep ongegrond;

II. verklaart het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle van 21 juni 2018, kenmerk 35445-2017, ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, griffier.

w.g. Bijloos w.g. Klein

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2019

176-851.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?