ECLI:NL:RVS:2019:3960

ECLI:NL:RVS:2019:3960, Raad van State, 25-11-2019, 201809164/1/V2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-11-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201809164/1/V2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 7 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 BWBR0011825

Samenvatting

Bij besluit van 13 november 2017 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.

Uitspraak

201809164/1/V2.

Datum uitspraak: 25 november 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:

1. de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

2. [de vreemdeling],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 19 oktober 2018 in zaak nr. NL17.14448 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2017 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.

Bij uitspraak van 19 oktober 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.W.J. van den Broek, advocaat te Eindhoven, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. In de eerste grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij had moeten toetsen of de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 van het EVRM.

1.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij bij een intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet toetst aan artikel 8 van het EVRM gelet op rechtspraak van het EHRM. Zo volgt, zoals de vreemdeling terecht in zijn schriftelijke uiteenzetting betoogt, uit het arrest van het EHRM van 12 juni 2012, Bajsultanov tegen Oostenrijk, ECLI:CE:ECHR:2012:0612JUD005413110, dat ook als sprake is van een verblijfsvergunning die is verleend op asielgronden, getoetst moet worden of de intrekking daarvan in strijd is met artikel 8 van het EVRM. De rechtbank heeft ook terecht overwogen dat in paragraaf C5/4 van de Vc 2000, waarin het beleid over intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is neergelegd, expliciet staat dat artikel 3.86 van het Vb 2000 in zijn geheel van toepassing is. Dus ook het zeventiende lid van dat artikel, waaruit volgt dat moet worden getoetst aan artikel 8 van het EVRM. De grief faalt.

2. Wat de staatssecretaris verder en de vreemdeling in het incidenteel hoger beroep hebben aangevoerd, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep zijn ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Verheij w.g. Van Loon

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2019

284-853.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2020/18 JV 2020/11
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?