ECLI:NL:RVS:2019:4404

ECLI:NL:RVS:2019:4404, Raad van State, 24-12-2019, 201902796/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 24-12-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201902796/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 16 zaken
Aangehaald door 25 zaken
30 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004825 BWBR0005181 BWBR0005252 BWBR0005537 BWBR0006297 BWBR0006358 BWBR0006622 BWBR0011823 BWBR0011825 BWBR0011874 BWBR0013149 BWBR0022762 BWBR0024779 BWBR0025458 BWBR0031331 BWBR0037552 BWBR0037885 BWBR0044416 BWBR0045419 BWBR0047436 CELEX:31964L0221 CELEX:31968R1612 CELEX:32004L0038 CELEX:32008R1005 CELEX:32016R0679 CELEX:32019R1157 EU:31964L0221 EU:31968R1612 EU:32004L0038 EU:32008R1005

Samenvatting

Bij besluit van 15 maart 2018 heeft de ISD de schuldhulpverlening aan [appellant] per 7 maart 2018 beëindigd.

Uitspraak

201902796/1/A2.

Datum uitspraak: 24 december 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 maart 2019 in zaak nr. 18/4773 in het geding tussen:

[appellant]

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (hierna: de ISD).

Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2018 heeft de ISD de schuldhulpverlening aan [appellant] per 7 maart 2018 beëindigd.

Bij besluit van 11 juni 2018 heeft de ISD het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 maart 2019 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De ISD heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] en de ISD hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 december 2019, waar [appellant], bijgestaan door mr. M. Bathoorn, advocaat te Noordwijkerhout, en de ISD, vertegenwoordigd door mr. D.F. Rosenbaum, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft zich in september 2017 bij de ISD gemeld voor schuldhulpverlening. Op 26 oktober 2017 heeft een intakegesprek plaatsgevonden, waarbij onder meer is gesproken over een voorgenomen woningontruiming als gevolg van een huurachterstand. Bij besluit van 31 oktober 2017 heeft de ISD [appellant] toegelaten tot de schuldhulpverlening in de fase informatie en advies. Daarbij heeft de ISD hem medegedeeld dat vanwege de instabiele woonsituatie nog geen schuldregeling kan worden opgezet en dat de schuldhulpverlening zal worden beëindigd bij woningontruiming en als [appellant] geen vaste woonplaats heeft binnen een gemeente waar de ISD werkzaam is. Op 7 maart 2018 is de woning van [appellant] ontruimd. Hij heeft zich op 9 maart 2018 ingeschreven in Nieuw Heeten, een plaats in Overijssel. Op 24 april 2018 is [appellant] ingeschreven in Noordwijkerhout, een plaats in een gemeente binnen het werkgebied van de ISD.

2. Aan de beëindiging van de schuldhulpverlening heeft de ISD ten grondslag gelegd dat [appellant] op 7 maart 2018 geen vaste woonplaats meer had binnen het werkgebied van de ISD.

Procesbelang bij het hoger beroep

3. De ISD heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat [appellant] geen, dan wel onvoldoende procesbelang heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep, omdat hij inmiddels is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen, en de beëindiging van de fase informatie en advies niet heeft geleid tot financieel nadeel voor hem.

4. [appellant] heeft zich desgevraagd op het standpunt gesteld dat hij om principiële redenen belang heeft bij het hoger beroep en dat hij schade heeft geleden als gevolg van de woningontruiming.

4.1. Zoals volgt uit eerdere uitspraken van de Afdeling (onder meer de uitspraken van 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:961, en 27 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE9272), hoeft de bestuursrechter een bij hem ingediend (hoger) beroep alleen inhoudelijk te beoordelen, als dit van betekenis is voor de beslechting van het geschil over het voorliggende besluit. Daarbij geldt dat het doel dat de indiener voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis is. Met andere woorden, de indiener dient een actueel en reëel belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het (hoger) beroep. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan. Belang bij een (hoger) beroep kan onder meer worden aangenomen, indien wordt gesteld dat ten gevolge van de in geding zijnde besluitvorming schade is geleden die voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen en dit tot op zekere hoogte aannemelijk is gemaakt.

4.2. In dit geval is [appellant] toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, wat betekent dat hij niet meer in aanmerking komt voor de schuldhulpverlening zoals aangeboden door de ISD. In zoverre heeft hij geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De gestelde schade is geen gevolg van het besluit van 15 maart 2018. Nu hij desgevraagd ook ter zitting niet tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt schade te hebben geleden als gevolg van de beëindiging van de schuldhulpverlening, heeft de ISD zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellant] geen actueel en reëel belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De wens een principiële uitspraak van de Afdeling te krijgen, levert als zodanig onvoldoende procesbelang op.

Eindoordeel

5. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.G. de Vries-Biharie, griffier.

w.g. Van Ravels w.g. De Vries-Biharie

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2019

611.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?