ECLI:NL:RVS:2019:579

ECLI:NL:RVS:2019:579, Raad van State, 22-02-2019, 201807756/1/V2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 22-02-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201807756/1/V2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 13 zaken
Aangehaald door 25 zaken
22 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0011825 BWBR0012288 BWBR0017959 CELEX:32000X1218 CELEX:32001L0055 CELEX:32003R0343 CELEX:32008L0115 CELEX:32013L0032 CELEX:32013R0603 CELEX:32013R0604 CELEX:32022D0382 EU:32000X1218 EU:32001L0055 EU:32003R0343 EU:32008L0115 EU:32013L0032 EU:32013R0603 EU:32013R0604 EU:32022D0382

Samenvatting

Bij besluit van 6 augustus 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Uitspraak

201807756/1/V2.

Datum uitspraak: 22 februari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 11 september 2018 in zaak nr. NL18.14817 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 6 augustus 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Bij mondelinge uitspraak van 11 september 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I. Wudka, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Volgens de staatssecretaris is de vreemdeling met onbekende bestemming vertrokken. De vreemdeling klaagt dat de rechtbank het tegen het besluit van 6 augustus 2018 ingestelde beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat hij geen belang meer zou hebben bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De vreemdeling betoogt dat de rechtbank zonder nader onderzoek niet vanuit had mogen gaan dat er geen contact meer is tussen hem en zijn gemachtigde sinds het indienen van de gronden van beroep op 21 augustus 2018.

2. Indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, dient er in beginsel vanuit te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.

3. De gemachtigde van de vreemdeling heeft in de gronden van het beroep aan de rechtbank laten weten dat hij contact heeft met de vreemdeling en dat de vreemdeling verblijft bij kennissen in Amsterdam. Ter zitting op 11 september 2018 zijn de gemachtigde en de vreemdeling niet verschenen. De vreemdeling heeft op dat moment niet aan de rechtbank laten weten dat hij niettemin nog in Nederland verblijft en prijs stelt op bescherming. Ook de gemachtigde heeft niet aan de rechtbank bekend gemaakt dat hij nog contact heeft met de vreemdeling, zoals hiervoor bedoeld.

Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht overwogen, dat de vreemdeling geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep.

De grief faalt.

4. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Engelhart, griffier.

w.g. Verheij w.g. Engelhart

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2019

643.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2019/145 NJB 2019/709 JV 2019/80
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?