201803509/2/R3.
Datum uitspraak: 3 april 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Roelofarendsveen, gemeente Kaag en Braassem,
verzoeker,
en
de raad van de gemeente Kaag en Braassem,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Noordeinde achter 43 Roelofarendsveen" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[partij] heeft gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid een schriftelijke uiteenzetting te geven.
[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 februari 2019, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. K. Heede, advocaat te Leiden, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M. van der Weide Cezarini en H. de Jong, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting [partij] gehoord.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2019:985, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, griffier.
w.g. Kramer w.g. Kuipers
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2019
271-867.