ECLI:NL:RVS:2020:1450

ECLI:NL:RVS:2020:1450, Raad van State, 24-06-2020, 201905811/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 24-06-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 201905811/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2019:6868
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Bij brief van 16 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de Griekse autoriteiten om de asielaanvraag van de vreemdeling over te nemen, afgewezen.

Uitspraak

201905811/1/V3.

Datum uitspraak: 24 juni 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 juli 2019 in zaak nr. NL19.10837 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij brief van 16 april 2019 heeft de staatssecretaris het verzoek van de Griekse autoriteiten om de asielaanvraag van de vreemdeling over te nemen, afgewezen.

Bij uitspraak van 9 juli 2019 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het tegen deze brief ingestelde beroep kennis te nemen en bepaald dat het beroep wordt doorgezonden aan de staatssecretaris ter behandeling als bezwaar.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.J. Schüller, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris twee nadere stukken ingediend.

De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. De staatssecretaris heeft de Afdeling laten weten dat hij op een door de vreemdeling in Nederland ingediende asielaanvraag heeft beslist en deze heeft ingewilligd. Hij heeft zich niettemin op het standpunt gesteld dat hij nog steeds belang heeft bij beoordeling van zijn hoger beroep omdat dat gaat over de bevoegdheid van de rechtbank in dit specifieke geval, een vraagstuk dat volgens hem dient te prevaleren boven de vraag of er nog sprake is van procesbelang. Daaruit leidt de Afdeling af dat de staatssecretaris een uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep wenst vanwege de principiële betekenis daarvan. Dat levert geen procesbelang op (zie de uitspraak van de Afdeling van 14 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3300).

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, griffier.

w.g. Verheij w.g. Van Leeuwen

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2020

345-873.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?