ECLI:NL:RVS:2022:3821

ECLI:NL:RVS:2022:3821, Raad van State, 20-12-2022, 202206372/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 20-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202206372/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 8 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 BWBR0011825

Samenvatting

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak

202206372/1/V3.

Datum uitspraak: 20 december 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 2 november 2022 in zaak nr. NL22.20732 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 2 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat het ontbreken van bezwaar bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM) een vereiste is voor uitzetting, niet voor inbewaringstelling. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 8 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5037, onder 2.2.3. In dit geval was er nog geen uitzettingsdatum bekend, waardoor de staatssecretaris ook nog niet gehouden was om contact te zoeken met het OM. De Afdeling wijst ter vergelijking op haar uitspraak van 12 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:293, onder 3.2 en 3.3.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2022

873-1017

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?