ECLI:NL:RVS:2022:554

ECLI:NL:RVS:2022:554, Raad van State, 23-02-2022, 202004727/1/A3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 23-02-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202004727/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2020:3713
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0040253

Samenvatting

Bij besluit van 1 mei 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft over een latere aanvraag van [appellant] om afgifte van een VOG op 1 december 2021 uitspraak gedaan en de afwijzing van die aanvraag in stand gelaten (ECLI:NL:RVS:2021:2705). Verder beschikt [appellant] naar aanleiding van een nieuwe aanvraag inmiddels over een VOG.

Uitspraak

202004727/1/A3.

Datum uitspraak: 23 februari 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 juli 2020 in

zaak nr. 19/4409 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister voor Rechtsbescherming.

Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2019 heeft de minister een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

Bij besluit van 12 augustus 2019 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 juli 2020 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

Met toestemming van partijen is een onderzoek ter zitting achterwege gelaten, waarna de Afdeling het onderzoek krachtens artikel 8:57, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft over een latere aanvraag van [appellant] om afgifte van een VOG op 1 december 2021 uitspraak gedaan en de afwijzing van die aanvraag in stand gelaten (ECLI:NL:RVS:2021:2705). Verder beschikt [appellant] naar aanleiding van een nieuwe aanvraag inmiddels over een VOG. Bij brief van 8 februari 2022 heeft zijn advocaat de Afdeling ervan in kennis gesteld dat er voor [appellant] geen procesbelang meer bestaat bij een inhoudelijke behandeling van de zaak en wordt verzocht om hem in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Bij deze stand van zaken ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat [appellant] geen procesbelang meer heeft.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk

3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2022

597

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?