ECLI:NL:RVS:2023:2919

ECLI:NL:RVS:2023:2919, Raad van State, 27-07-2023, 202206254/1/V6

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 27-07-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202206254/1/V6
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2022:4135
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003738 BWBR0005537 BWBR0006622

Samenvatting

Bij besluit van 23 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen.

Uitspraak

202206254/1/V6.

Datum uitspraak: 27 juli 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 21 september 2022 in zaak nr. 22/1210 in het geding tussen:

[appellant]

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Openbare zitting gehouden op 27 juli 2023 om 10:30 uur.

Tegenwoordig:

staatsraad: mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer,

griffier: mr. A.E. de Ruijter.

Verschenen:

[appellant], bijgestaan door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht;

de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. A. Houben.

Bij besluit van 23 augustus 2021 heeft de staatssecretaris het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 7 januari 2022 heeft de staatssecretaris het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Het hoger beroep van [appellant] richt zich tegen deze uitspraak.

De Afdeling:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Daartoe overweegt zij het volgende.

De Afdeling kan zich vinden in de uitspraak van de rechtbank. [appellant] heeft aangevoerd dat de rechtbank zijn medische omstandigheden onvoldoende heeft meegewogen. Hij heeft deze medische omstandigheden echter onvoldoende onderbouwd met stukken. Het uitgangspunt is dat de staatssecretaris ervan uit mag gaan dat de strafrechter de omstandigheden die hebben geleid tot het plegen van het misdrijf al heeft meegewogen. De Afdeling ziet in alles wat is aangevoerd niet waarom de staatssecretaris de straf die de strafrechter hem heeft opgelegd niet als uitgangspunt kon nemen.

Hetzelfde geldt voor het betoog van [appellant] dat de straf hoger is uitgevallen vanwege recidive. Ook dat behoort tot de beoordeling van de strafrechter. Bovendien ziet de Afdeling geen reden voor de staatssecretaris om vanwege eventuele recidive tot de conclusie te komen dat geen sprake is van ernstige vermoedens dat [appellant] een gevaar oplevert voor de openbare orde.

Dat [appellant] vanwege de rehabilitatietermijn langer moet wachten om Nederlander te worden, is geen reden om anders te oordelen. Dat is namelijk niet zo een bijzondere omstandigheid dat de staatssecretaris in afwijking van zijn beleid het verzoek had moeten inwilligen.

Dit betekent dat het hoger beroep ongegrond is. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Steendijk

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Ruijter

griffier

887

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?