ECLI:NL:RVS:2023:3003

ECLI:NL:RVS:2023:3003, Raad van State, 04-08-2023, 202303193/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-08-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202303193/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2023:6969
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 17 zaken
15 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005075 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0011825 BWBR0012287 BWBR0022704 CELEX:32003R0343 CELEX:32006R0562 CELEX:32008L0115 CELEX:32016R0399 EU:32003R0343 EU:32006R0562 EU:32008L0115 EU:32016R0399

Samenvatting

Bij besluit van 26 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak

202303193/1/V3.

Datum uitspraak: 4 augustus 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 mei 2023 in zaak nr. NL23.12975 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 26 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 15 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. K.P.E. van Tulden, advocaat te Roermond, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1. De staatssecretaris klaagt in zijn eerste grief terecht over het oordeel van de rechtbank over de taal waarin het gehoor voorafgaand aan de bewaring heeft plaatsgevonden en de afwezigheid van een tolk bij dat gehoor. De vreemdeling heeft daar in beroep niet over geklaagd. Uit de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829, onder 6.1, volgt dat de ambtshalve toets van de rechter zich niet uitstrekt tot handelingen van de staatssecretaris voorafgaand aan de vreemdelingenbewaring. Uit de uitspraak van de Afdeling van 3 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX0750, onder 2.3.5, volgt dat gebreken in dat soort handelingen niet direct leiden tot onrechtmatigheid van de bewaring maar tot een belangenafweging. De eis dat het gehoor moet plaatsvinden in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal of met een tolk valt onder dat soort handelingen. De rechtbank heeft daarom ten onrechte ambtshalve geoordeeld over de taal van het gehoor en de afwezigheid van een tolk. Alleen al daarom slaagt de grief.

2. Het hoger beroep is gegrond. Wat de staatssecretaris verder heeft aangevoerd behoeft geen bespreking. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven, beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist en toetst zij de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve.

3. De beroepsgrond waarin de vreemdeling klaagt dat de staatssecretaris twee zware gronden ten onrechte aan de maatregel ten grondslag heeft gelegd, slaagt niet. De staatssecretaris heeft namelijk nog twee andere zware gronden en vier lichte gronden aan de maatregel ten grondslag gelegd die de vreemdeling niet heeft bestreden.

4. De beroepsgrond waarin de vreemdeling heeft betoogd dat zicht op uitzetting naar Gambia ontbreekt, slaagt niet. Tijdens de zitting bij de rechtbank heeft de staatssecretaris erop gewezen dat hij op 18 april 2023 een laissez-passeraanvraag heeft ingediend bij de Gambiaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat de Gambiaanse autoriteiten geen laissez-passer zullen verstrekken en ook niet dat zij op andere wijze geen medewerking verlenen aan gedwongen vertrek.

5. De Afdeling ziet ambtshalve toetsend geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 mei 2023 in zaak nr. NL23.12975;

III. verklaart het beroep ongegrond;

IV. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzitter, en mr. C.M. Wissels en mr. D.A. Verburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. Steendijk

voorzitter

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2023

873

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?