202304154/3/V1.
Datum uitspraak: 17 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om opheffing van de bij uitspraak van 11 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2654, getroffen voorlopige voorziening (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, hangende de hoger beroepen van:
[de vreemdeling]
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 7 juni 2023 in zaak nr. NL23.11676 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 17 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij brief van 3 mei 2023 heeft de staatssecretaris dat besluit ingetrokken.
Bij uitspraak van 7 juni 2023 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het ingetrokken besluit van 17 april 2023 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen de vreemdeling op te nemen in de nationale asielprocedure.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 11 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2654, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bepaald dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven, incidenteel hoger beroep ingesteld en verzocht de voorlopige voorziening op te heffen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:85, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb vervalt de voorlopige voorziening in ieder geval zodra de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan. Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op de hoger beroepen beslist. De bij de uitspraak van 11 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2654, getroffen voorlopige voorziening is daarmee vervallen. De vreemdeling heeft daarom geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling van zijn verzoek om opheffing van die voorlopige voorziening.
2. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2023
941