202302320/1/V3.
Datum uitspraak: 4 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. de Vries, advocaat te Leeuwarden, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 april 2023 in zaak nr. NL23.6104.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend.
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft de Soedanese nationaliteit. De staatssecretaris heeft bij brief van 25 augustus 2023 laten weten dat hij het besluit van 23 februari 2023 heeft ingetrokken vanwege het op 26 juni 2023 afgekondigde besluit- en vertrekmoratorium voor Soedan en dat hij een nieuw besluit zal nemen op de asielaanvraag van de vreemdeling. In reactie daarop heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
2. Zoals de Afdeling heeft overwogen in onder meer de uitspraken van 28 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:180, onder 2, en 21 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:806, onder 2, kan aanleiding bestaan de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoet gekomen is. Van tegemoetkomen is geen sprake als een in beroep bestreden besluit is ingetrokken vanwege een veranderde omstandigheid. Het besluit- en vertrekmoratorium voor Soedan is een dergelijke veranderde omstandigheid.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2023
872-981