ECLI:NL:RVS:2023:903

ECLI:NL:RVS:2023:903, Raad van State, 08-03-2023, 202201907/1/V2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 08-03-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202201907/1/V2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2022:1912
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 BWBR0011825 BWBR0027992 CELEX:32004L0114 CELEX:32016L0801 EU:32004L0114 EU:32016L0801

Samenvatting

Bij besluit van 11 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

Uitspraak

202201907/1/V2.

Datum uitspraak: 8 maart 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 3 maart 2022 in zaak nr. NL21.17775 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2021 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.J.A. Bakker, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak terecht naar de uitspraak van 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1425, verwezen. De vreemdeling stond immers ingeschreven in de periode voordat de afmelding volgde. In die periode was er ruimte voor persoonlijk contact tussen de vreemdeling en de onderwijsinstelling over zijn persoonlijke omstandigheden. Reeds hierom heeft de rechtbank terecht overwogen dat de staatssecretaris de afmelding van de vreemdeling aan het intrekkingsbesluit ten grondslag mocht leggen.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Sluis

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2023

802-1024

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?