ECLI:NL:RVS:2024:2484

ECLI:NL:RVS:2024:2484, Raad van State, 19-06-2024, 202401647/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 19-06-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202401647/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 20 zaken
Aangehaald door 25 zaken
10 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0022704 CELEX:32000X1218 CELEX:32003R0343 CELEX:32013L0033 EU:32000X1218 EU:32003R0343 EU:32013L0033

Samenvatting

Bij besluit van 2 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

202401647/1/V3.

Datum uitspraak: 19 juni 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 maart 2024 in zaak nr. NL24.3959 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 8 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Coenen, advocaat te Utrecht, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1. De staatssecretaris komt in zijn eerste grief op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij voorafgaand aan de overdracht aanvullende individuele garanties moet vragen aan de Kroatische autoriteiten. Niet in geschil is dat de vreemdeling een bipolaire stoornis heeft en dat zij in Turkije is mishandeld en seksueel misbruikt, waarvoor zij onder behandeling staat. De vreemdeling heeft in haar beroepsgronden gewezen op het Asylum Information Database, ‘Country Report: Croatia. Update 2022’ (hierna: AIDA-rapport), waaruit volgt dat Médecins du Monde de werkzaamheden in Kroatië tijdelijk heeft gestaakt. Uit het AIDA-rapport volgt niet dat deze organisatie de werkzaamheden heeft hervat. Volgens de rechtbank heeft de vreemdeling met deze informatie aannemelijk gemaakt dat er in haar specifieke situatie bij overdracht aan Kroatië een reëel risico bestaat dat voor haar adequate psychische gezondheidszorg niet beschikbaar is. Op basis van de informatie die ten tijde van de beroepsprocedure beschikbaar was, heeft de rechtbank dit niet ten onrechte geoordeeld.

Niettemin treft het betoog doel. De staatssecretaris heeft in zijn grief namelijk terecht gewezen op de inbreng van AsyLex ten behoeve van het aanstaande rapport van het European Union Agency for Asylum, waaruit volgt dat Médecins du Monde de werkzaamheden tot het einde van augustus 2023 heeft gestaakt en daarna weer heeft hervat. De Afdeling overweegt dat uit deze brief moet worden afgeleid dat voor de vreemdeling, die door de rechtbank onbetwist als bijzonder kwetsbaar is aangemerkt, adequate psychische gezondheidszorg op dit moment wel weer beschikbaar is in Kroatië. De staatssecretaris heeft gesteld dat hij de Kroatische autoriteiten bij overdracht zal informeren over de bijzondere behoeften van de vreemdeling en de overdracht zal opschorten als de Kroatische autoriteiten melden dat zij aan die behoeften niet kunnen voldoen. Daarom bestaat geen grond voor het oordeel dat de vreemdeling zonder aanvullende garanties van de Kroatische autoriteiten een reëel risico loopt op schending van artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM.

De grief slaagt.

2. De staatssecretaris komt in zijn tweede grief terecht op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij in de verklaringen van de vreemdeling over haar ervaringen en de gestelde behandeling op het politiebureau in Kroatië geen aanleiding ziet om de asielaanvraag in behandeling te nemen op grond van zijn discretionaire bevoegdheid uit artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Deze omstandigheden heeft de staatssecretaris namelijk al voldoende betrokken in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 30 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1778. Verder heeft de vreemdeling haar verklaringen over wat haar eerder in Kroatië zou zijn overkomen niet onderbouwd. Uit de uitspraak van de Afdeling van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411, volgt dat er in het algemeen geen aanleiding is om te veronderstellen dat de vreemdeling bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. Ook voor het overige is niet gebleken dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Kroatië van onevenredige hardheid getuigt.

De grief slaagt.

3. Het hoger beroep is gegrond. Het is niet nodig om wat de staatssecretaris verder heeft aangevoerd te bespreken. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 maart 2024 in zaak nr. NL24.3959;

III. verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Van Breda

voorzitter

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2024

846-1017

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AB 2025/49 met annotatie van M.W. Venderbos
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?