ECLI:NL:RVS:2024:4191

ECLI:NL:RVS:2024:4191, Raad van State, 18-10-2024, 202302518/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-10-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202302518/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0011825

Samenvatting

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, en het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod niet opgeheven.

Uitspraak

202302518/1/V3.

Datum uitspraak: 18 oktober 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 13 april 2023 in zaak nr. NL23.6416 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, en het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod niet opgeheven.

Bij uitspraak van 13 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd, voor zover dit betrekking heeft op het niet opheffen van het inreisverbod, en de staatssecretaris opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.H. Bruggink, advocaat te Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 4 mei 2023 heeft de staatssecretaris het verzoek om opheffing van het inreisverbod opnieuw afgewezen.

Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroepsgronden aangevoerd.

Overwegingen

Het hoger beroep

1. De minister klaagt in zijn enige grief terecht over het oordeel van de rechtbank dat hij niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling nog steeds een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. De Afdeling wijst op de uitspraken van 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3017, onder 8 tot en met 10, en van 26 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2759, onder 6 tot en met 6.9. De minister betoogt terecht dat hij, overeenkomstig het beoordelingskader zoals uiteengezet in die uitspraken, deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij het inreisverbod niet heeft opgeheven, waarbij hij de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag bij de eerste asielaanvraag als uitgangspunt mocht nemen. Zoals ook volgt uit die uitspraken, hangt de reikwijdte van de motiveringsplicht van de minister af van wat de vreemdeling in de bestuurlijke fase aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd. De vreemdeling is namelijk degene die aannemelijk moet maken dat hij geen actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving (meer) vormt. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, heeft de minister in het besluit van 13 april 2023 en het daaraan voorafgaande voornemen, gereageerd op de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden, en daarbij niet volstaan met algemeenheden. Daarmee heeft hij dus een op de persoon toegespitste beoordeling gemaakt. De minister is namelijk gemotiveerd ingegaan op het standpunt van de vreemdeling dat hij in Nigeria of Nederland niet strafrechtelijk is vervolgd voor zijn daden. Zoals de rechtbank heeft onderkend, mocht de minister verder bij de beoordeling betrekken dat de vreemdeling geen blijk heeft gegeven van verantwoordelijkheidsbesef, aangezien hij nog altijd ontkent dat hij ooit gediend heeft in het leger en dat hij betrokken was bij misdrijven zoals bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.

De grief slaagt.

2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep tegen het besluit van 1 maart 2023 alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Het besluit van 4 mei 2023

3. Het besluit van 4 mei 2023 wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, in de beoordeling betrokken. Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat aan dit besluit, dat ter uitvoering van de vernietigde uitspraak van de rechtbank is genomen, de grondslag is komen te ontvallen. Om deze reden zal de Afdeling dat besluit vernietigen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 13 april 2023 in zaak nr. NL23.6416;

III. verklaart het beroep tegen het besluit van 1 maart 2023 ongegrond;

IV. vernietigt het besluit van 4 mei 2023, V-[nummer].

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzitter, en mr. M. den Heyer en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Wissels

voorzitter

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2024

846

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?