ECLI:NL:RVS:2024:4236

ECLI:NL:RVS:2024:4236, Raad van State, 14-10-2024, 202302216/1/A3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-10-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202302216/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2023:1348
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001948 BWBR0005537

Samenvatting

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 maart 2023 waarbij de rechtbank [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep tegen het besluit van 31 maart 2021. In dat besluit heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bezwaar tegen het besluit van 10 juli 2020, waarbij besloten is tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen procesbelang heeft. [appellant] heeft in beroep geen gronden aangevoerd over de vraag of de raad kon besluiten tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer. Het beroep van [appellant] is gericht tegen de sloop van het Waddenwegviaduct en de wijze waarop de bestemmingsplannen tot stand zijn gekomen. Deze kwestie kan [appellant] volgens de rechtbank niet alsnog in deze procedure aan de rechtbank voorleggen. De rechtbank heeft [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank door de niet-ontvankelijkverklaring zijn beroep ten onrechte niet inhoudelijk heeft behandeld.

Uitspraak

202302216/1/A3.

Datum uitspraak: 14 oktober 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Amsterdam,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2023 in zaak nr. 21/2438 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad van de gemeente Amsterdam.

Openbare zitting gehouden op 14 oktober 2024 om 12:15 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: mr. I.W.M.J. Bossmann

Jurist: mr. J. Zonneveld

Verschenen:

[appellant];

de raad, vertegenwoordigd door mr. P.J.M. Nooij.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 maart 2023 waarbij de rechtbank [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep tegen het besluit van 31 maart 2021. In dat besluit heeft de raad het bezwaar tegen het besluit van 10 juli 2020, waarbij besloten is tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer, ongegrond verklaard.

Beslissing:

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering:

1. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen procesbelang heeft. [appellant] heeft in beroep geen gronden aangevoerd over de vraag of de raad kon besluiten tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer. Het beroep van [appellant] is gericht tegen de sloop van het Waddenwegviaduct en de wijze waarop de bestemmingsplannen tot stand zijn gekomen. Deze kwestie kan [appellant] volgens de rechtbank niet alsnog in deze procedure aan de rechtbank voorleggen. De rechtbank heeft [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.

2. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank door de niet-ontvankelijkverklaring zijn beroep ten onrechte niet inhoudelijk heeft behandeld. [appellant] voert aan dat zonder een goedgekeurd stedenbouwkundig ontwerp voor het gehele Buikslotermeerplein de sloop van het Waddenwegviaduct is gebaseerd op ondeugdelijke aannames en verouderde stedenbouwkundige inzichten uit 2004.

3. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep. [appellant] heeft geen gronden aangevoerd tegen het besluit tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer, maar stelt de sloop van het Waddenwegviaduct en andere ruimtelijke ontwikkelingen aan de orde. Daarvoor had [appellant], zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, andere rechtsmiddelen moeten instellen. Het besluit van 10 juli 2020 heeft geen betrekking op de sloop van het Waddenwegviaduct, maar op de onttrekking van enkele wegen aan het openbaar verkeer. De onderliggende procedure leent zich daarom niet voor het resultaat dat [appellant] wenst te bereiken.

4. Het hoger beroep is ongegrond.

5. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bossmann

griffier

314-1104

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?