ECLI:NL:RVS:2024:4335

ECLI:NL:RVS:2024:4335, Raad van State, 28-10-2024, 202404121/1/V1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 28-10-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202404121/1/V1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2024:9723
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

Uitspraak

202404121/1/V1.

Datum uitspraak: 28 oktober 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).

Procesverloop

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. E. Berger, advocaat te Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht van 10 juni 2024, in zaak nr. NL24.13906.

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

De minister heeft op verzoek van de Afdeling een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan de vreemdeling tegemoet is gekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

2. De minister heeft bij besluit van 30 september 2024 een aanvraag van verzoeker van 10 augustus 2023 om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125 en 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2829, prejudiciƫle vragen gesteld over de vraag of de minister met WBV 2022/22 en WBV 2023/3 de beslistermijn met negen maanden heeft mogen verlengen. Op deze prejudiciƫle vragen heeft het Hof van Justitie nog geen antwoord gegeven. De Afdeling is, gelet op wat zij in de uitspraak van 8 november 2023 onder 22 tot en met 25 heeft overwogen, van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de minister met WBV 2023/3 de beslistermijn rechtmatig met negen maanden heeft verlengd. De minister heeft binnen een termijn van vijftien maanden na indiening van de aanvraag een besluit genomen. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding om de minister in de proceskosten te veroordelen.

3. Het verzoek dient te worden afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W. de Lange, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Lange

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2024

999

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?