ECLI:NL:RVS:2024:4412

ECLI:NL:RVS:2024:4412, Raad van State, 23-10-2024, 202304948/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 23-10-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202304948/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2023:4866
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0008659 BWBR0018450 BWBR0018451 BWBR0018472 BWBR0035917

Samenvatting

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 6 juli 2023 van de rechtbank Zeeland-­West-­Brabant. [appellant] heeft om uitstel van de zitting verzocht omdat hij van de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek om toestemming voor verlenging van de behandeltermijn van een bezwaar had ontvangen en hij de dienst in de gelegenheid wilde stellen voorafgaand aan de zitting te besluiten op dat bezwaar. De rechtbank heeft dit verzoek bij e-mail van 31 mei 2023 afgewezen, omdat zij de zitting wilde gebruiken om met [appellant] te bespreken of en welke bezwaar- en beroepsprocedures er bij de Belastingdienst/Toeslagen en de rechtbank nog liepen over zijn recht op zorg- en huurtoeslag.

Uitspraak

202304948/1/A2.

Datum uitspraak: 23 oktober 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 6 juli 2023 in zaken nrs. 21/4155, 22/2148 en 22/4189 t/m 22/4209 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen).

Openbare zitting gehouden op 23 oktober 2024 om 15:15 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J.M. Willems, voorzitter

griffier: mr. H.A. Komduur

Verschenen:

[appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde];

De Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden];

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 6 juli 2023 van de rechtbank Zeeland-­West-­Brabant.

De Afdeling

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Motivering:

Het betoog van [appellant] dat de rechtbank de zitting had moeten uitstellen slaagt niet. De rechtbank heeft de bevoegdheid om te bepalen of een zitting wordt aangehouden. De Afdeling kan alleen als sprake is van schending van de goede procesorde oordelen dat de rechtbank een verzoek om uitstel van de zitting niet had mogen afwijzen. [appellant] heeft om uitstel van de zitting verzocht omdat hij van de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek om toestemming voor verlenging van de behandeltermijn van een bezwaar had ontvangen en hij de dienst in de gelegenheid wilde stellen voorafgaand aan de zitting te besluiten op dat bezwaar. De rechtbank heeft dit verzoek bij e-mail van 31 mei 2023 afgewezen, omdat zij de zitting wilde gebruiken om met [appellant] te bespreken of en welke bezwaar- en beroepsprocedures er bij de Belastingdienst/Toeslagen en de rechtbank nog liepen over zijn recht op zorg- en huurtoeslag. De rechtbank heeft dat in dit geval mogen doen.

Het betoog van [appellant] dat de Belastingdienst/Toeslagen bij de vaststelling van zijn recht op zorg- en huurtoeslag vanaf 2010 er ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden dat hij op het adres [locatie] te Terneuzen woonde slaagt ook niet. De Afdeling stelt voorop dat de rechtbank in haar uitspraak uitgebreid gemotiveerd is ingegaan op het recht op zorg- en huurtoeslag voor alle toeslagjaren vanaf 2010 die [appellant] aan de orde heeft gesteld. Alleen voor het recht op huurtoeslag over 2013 heeft de rechtbank bij haar beoordeling betrokken dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het betreffende adres woonde. Een vereiste om in aanmerking te komen voor huurtoeslag is dat de huurder op het adres waarvoor huurtoeslag is aangevraagd staat ingeschreven in de basisregistratie personen of dat hij aannemelijk kan maken dat die inschrijving onjuist is omdat hij daar wel woonde. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat [appellant] in bezwaar en beroep onvoldoende bewijsstukken heeft overgelegd om aannemelijk te maken dat hij op het betreffende adres woonde. Voor de andere toeslagjaren was de vraag of de inschrijving in de basisregistratie personen juist was niet aan de orde. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank wat betreft die toeslagjaren ook in stand kan blijven.

Het hoger beroep is ongegrond. Alleen al hierom bestaat geen aanleiding de Dienst Toeslagen te veroordelen in de schade die [appellant] stelt te hebben geleden. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. De Dienst Toeslagen hoeft de proceskosten niet te vergoeden.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Komduur

griffier

809

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?