ECLI:NL:RVS:2024:5062

ECLI:NL:RVS:2024:5062, Raad van State, 09-12-2024, 202305705/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 09-12-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202305705/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2023:13772
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 1 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 CELEX:32000X1218 CELEX:32003R0343 CELEX:32013L0032 EU:32000X1218 EU:32003R0343 EU:32013L0032

Samenvatting

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

202305705/1/V3.

Datum uitspraak: 9 december 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 augustus 2023 in zaak nr. NL23.13863 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 29 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris en de vreemdeling hebben nadere stukken ingediend.

De vreemdeling heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend.

De minister heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven. De vreemdeling heeft daarop gereageerd.

Overwegingen

Het hoger beroep

1. Nadat de vreemdeling hoger beroep heeft ingesteld in deze zaak, heeft de minister zijn asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. De vreemdeling heeft daarom in beginsel onvoldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij heeft bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogt doordat de minister zijn asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling heeft genomen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1253, onder 2).

Het verzoek om schadevergoeding en belang bij het hoger beroep

2. De vreemdeling legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij uit angst om aan Polen overgedragen te worden, op 11 september 2023 de opvang van het COa in Enschede heeft verlaten en in totaal twaalf nachten op banken in parken en andere openbare plaatsen heeft geslapen. Hij lijdt daardoor moreel en fysiek en daarom wil hij een schadevergoeding van € 2.000 per dag dat hij buiten heeft geslapen, dus in totaal € 24.000, ontvangen.

2.1. De Afdeling laat in het midden of de gestelde schadeoorzaak, het besluit van 8 mei 2023, onrechtmatig is. Daarbij is het volgende van belang. Hoewel het aannemelijk is dat de vreemdeling de opvang van het COa niet zou hebben verlaten als de minister het besluit van 8 mei 2023 niet zou hebben genomen, brengt dit niet met zich dat de gestelde schade in zodanig verband met dit besluit staat dat deze de minister kan worden toegerekend. Naar het oordeel van de Afdeling is de door de vreemdeling gestelde schade geen rechtstreeks gevolg van het besluit van 8 mei 2023, waarin de minister de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling heeft genomen en als gevolg waarvan de vreemdeling aan Polen zou worden overgedragen. Bovendien heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bij uitspraak van 7 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3421, het verzoek van de vreemdeling om een voorlopige voorziening te treffen, toegewezen. Als gevolg daarvan mocht de minister geen uitvoering geven aan het overdrachtsbesluit en mocht de vreemdeling dus niet worden overgedragen voordat door de Afdeling op het hoger beroep was beslist. De door de vreemdeling gestelde schade, die na die uitspraak zou zijn ontstaan, is ook mede daarom redelijkerwijs niet aan het besluit van 8 mei 2023 toe te rekenen.

2.2. De Afdeling is gelet op het voorgaande van oordeel dat in dit geval in de door de vreemdeling gestelde schade ook geen belang bij het hoger beroep is gelegen, zodat geen aanleiding bestaat om het hoger beroep alsnog inhoudelijk te behandelen.

Conclusie

3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hij heeft namelijk als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hij is dus niet aan de vreemdeling tegemoetgekomen (zie de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2).

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Trappen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2024

985

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?