ECLI:NL:RVS:2024:751

ECLI:NL:RVS:2024:751, Raad van State, 14-02-2024, 202205290/1/A3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-02-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202205290/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 3 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005416 BWBR0005537 BWBR0024779 BWBR0037552 BWBR0037885 BWBR0041330 BWBR0043660

Samenvatting

Bij besluit van 7 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda bij [appellant] een dwangsom van € 2.500,- ingevorderd. Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 juli 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:7675) heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Het college heeft [appellant] gelast om geen inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben op een openbare plaats in de gemeente Gouda onder oplegging van een dwangsom van € 2.500,- per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 10.000,-. Artikel 2:23A, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 verbiedt namelijk het vervoeren van inbrekerswerktuigen of bij inbrekerswerktuigen op een openbare plaats in de gemeente Gouda bij zich te hebben. Tegen de last onder dwangsom heeft [appellant] geen rechtsmiddelen aangewend.

Uitspraak

202205290/1/A3.

Datum uitspraak: 14 februari 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Gouda,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 juli 2022 in zaak nr. 21/3319 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Gouda.

Openbare zitting gehouden op 14 februari 2024 om 12:45 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer

griffiers: mr. Y. Soffner, mr. drs. C.D. Westerbaan

Verschenen:

[appellant], vertegenwoordigd door mr. B. de Jong;

Het college, vertegenwoordigd door L.M. Rutten en M.C.P. van Paassen.

Bij besluit van 7 oktober 2020 heeft het college bij [appellant] een dwangsom van € 2.500,- ingevorderd. Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 juli 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:7675) heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

1. Het college heeft [appellant] gelast om geen inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben op een openbare plaats in de gemeente Gouda onder oplegging van een dwangsom van € 2.500,- per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 10.000,-. Artikel 2:23A, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 verbiedt namelijk het vervoeren van inbrekerswerktuigen of bij inbrekerswerktuigen op een openbare plaats in de gemeente Gouda bij zich te hebben. Tegen de last onder dwangsom heeft [appellant] geen rechtsmiddelen aangewend. Op 7 augustus 2020 hebben verbalisanten in de buddyseat, of wel de bagageruimte onder het zadel, van de scooter van [appellant] een grote platkopschroevendraaier aangetroffen. Gelet op verschillende omstandigheden, waaronder een melding, is door de verbalisanten vastgesteld dat [appellant] een inbrekerswerktuig vervoerde. Het college heeft op basis van de bestuurlijke rapportage vastgesteld dat [appellant] de dwangsom van € 2.500,- heeft verbeurd en aan het college moet betalen. Het college is vervolgens overgegaan tot invordering van dat bedrag.

2. [appellant] betoogt in hoger beroep dat ten onrechte is aangenomen dat hij inbrekerswerktuig vervoerde. Hij voert hiervoor aan dat de melder heeft meegedeeld dat de vermoedelijke inbrekers de Arabische taal spraken. Hij spreekt geen Arabisch. Daarom voldoet hij niet aan het signalement van de inbreker en kon het college de inhoud van de melding niet meenemen. Ter ondersteuning hiervan heeft hij de identiteitskaart van zijn vader toegezonden.

3. De Afdeling overweegt hierover als volgt. Niet valt vast te stellen welke taal de vermoedelijke inbrekers exact hebben gesproken. In de originele weergave van de melding heeft de melder tegenover de politiemedewerker verklaard dat er een groep "Marokkaanse" jongens voor de woning staat en die "Marokkaans" met elkaar spreken. Het is de Afdeling bekend dat "Marokkaans" zowel "Arabisch" als "Berbers" kan betekenen. De Afdeling volgt het standpunt van [appellant] dan ook niet. Het college heeft daarom op goede gronden de inhoud van de melding mogen meewegen bij de beoordeling of [appellant] inbrekerswerktuig bij zich had.

4. Zowel in bezwaar, beroep als hoger beroep heeft [appellant] steeds een andere verklaring gegeven over de reden dat hij een platkopschroevendraaier vervoerde, over hoe die schroevendraaier was verpakt en over de door hem afgelegde route. De wisselende en tegenstrijdige verklaringen doen afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen. Met de rechtbank is de Afdeling dan ook van oordeel dat het college redelijkerwijs de grote platkopschroevendraaier in deze situatie, met alle omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, aan heeft kunnen merken als inbrekerswerktuig. Het college heeft dan ook terecht geoordeeld dat de dwangsom is verbeurd. Het college mocht daarom overgaan tot invordering van die dwangsom.

5. Op de zitting in hoger beroep heeft [appellant] betoogd dat de invordering van de dwangsom onevenredig is, omdat het in te vorderen bedrag te hoog is. Bovendien is er sinds het invorderingsbesluit is genomen veel tijd vestreken. De Afdeling overweegt hierover als volgt.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1145, moet bij een besluit omtrent invordering van een verbeurde dwangsom aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat behoort uit te gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Steun voor dit uitgangspunt kan worden gevonden in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 5:37, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, blz. 115). Hierin is vermeld dat een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties ook worden geëffectueerd en dus dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.

In wat [appellant] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat het college van invordering van de dwangsom af had moeten zien. In dit verband is mede van belang dat het college bereid is gebleken voor de betaling van de dwangsommen een betalingsregeling met [appellant] te treffen. Deze betalingsregeling houdt een maandelijks af te lossen bedrag van € 25,00 in. Op de zitting in hoger beroep is gebleken dat het aflossen tot het moment van opschorting volgens afspraak verlopen is. De omstandigheid dat inmiddels enige tijd is verstreken, levert evenmin een bijzondere omstandigheid op.

6. Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Soffner

griffier

818-1050

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?