202302619/1/A3.
Datum uitspraak: 14 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenÂ-Nederland van 1 maart 2023 in zaak nr. 22/4350 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Minister van Veiligheid en Justitie.
Openbare zitting gehouden op 14 maart 2025 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. W. Dijkshoorn
Jurist: mr. C.E.J. van der Linden
Partijen zijn niet verschenen.
====================================
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 maart 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de minister van 28 juli 2022 ongegrond heeft verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Motivering:
De minister heeft in administratief beroep met toepassing van artikel 7:25 van de Awb de vergunning verleend. Dat betekent dat de korpschef gehouden was om het bevoegdheidsdocument te verstrekken zonder zelf een nadere inhoudelijke toetsing te verrichten. De Afdeling vindt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de verstrekking van het bevoegdheidsdocument een feitelijke handeling is. Dat betekent dat het hoger beroep ongegrond moet worden verklaard.
De Afdeling benadrukt dat de korpschef ertoe gehouden was het document te verstrekken. Indien op basis van nieuwe feiten en omstandigheden, die niet bij de beoordeling van de minister in hoger beroep zijn meegenomen, twijfel ontstaat over de verleende wapenvergunning, kan de korpschef het door de minister verleende verlof intrekken. Tegen dat besluit staan voor de betrokkene dan rechtsmiddelen open. Alleen in dat geval kan de korpschef er van afzien om gevolg te geven aan de opdracht van de minister om het bevoegdheidsdocument af te geven.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Dijkshoorn
griffier
735-1146