ECLI:NL:RVS:2025:1195

ECLI:NL:RVS:2025:1195, Raad van State, 20-03-2025, 202303745/1/V1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 20-03-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202303745/1/V1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2023:8121
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 17 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823

Samenvatting

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202303745/1/V1.

Datum uitspraak: 20 maart 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 juni 2023 in zaak nr. NL23.3083 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 7 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.M. Suurmeijer, advocaat in Stadskanaal, hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1. In de grieven klaagt de vreemdeling terecht over het oordeel van de rechtbank dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de overgelegde documenten niet afdoen aan de wisselende verklaringen van de vreemdeling. Zoals de vreemdeling terecht betoogt, mag de minister aan documenten waarvan hij de authenticiteit niet kan vaststellen niet zonder meer geen waarde toekennen. De waarde die aan een door een vreemdeling overgelegd document toekomt, moet hij bezien in het licht van de door die vreemdeling afgelegde verklaringen en tegen de achtergrond van dat wat algemeen bekend is over de situatie in het land van herkomst. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1860, onder 4.1 en 4.2, en 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2853, onder 1.2. Uit het enkele standpunt van de minister dat hij in het licht van de verklaringen van de vreemdeling niet de waarde hecht aan de overgelegde documenten die de vreemdeling daaraan gehecht wenst te zien, blijkt niet dat hij de documenten kenbaar heeft betrokken in zijn besluitvorming. De rechtbank is ten onrechte niet tot dit oordeel gekomen. Dit gedeelte van de grieven slaagt.

1.1. Dat wat de vreemdeling verder aanvoert in de grieven leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de grieven in zoverre geen vragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep is gegrond en het besluit van 26 januari 2023 wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit op de aanvraag van de vreemdeling nemen. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 juni 2023 in zaak nr. NL23.3083;

III. verklaart het beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van 26 januari 2023, V-[…];

V. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 3.628,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzitter, en mr. M. Soffers en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.

w.g. Wissels

voorzitter

w.g. Schuurman

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2025

282-1078

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?