ECLI:NL:RVS:2025:1244

ECLI:NL:RVS:2025:1244, Raad van State, 26-03-2025, 202406268/1/V1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 26-03-2025
Datum publicatie 02-04-2025
Zaaknummer 202406268/1/V1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2024:23387
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Bij besluit van 6 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdeling en haar kind een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202406268/1/V1.

Datum uitspraak: 26 maart 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling] en mede voor haar minderjarige kind,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 17 september 2024 in zaak nr. NL24.10242 in het geding tussen:

de vreemdeling, mede voor haar kind,

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 6 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdeling en haar kind een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling, mede voor haar kind, gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling, mede voor haar kind, ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.M.J. van Zantvoort, advocaat in 's-Hertogenbosch, mede voor haar kind, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6.2 tot en met 6.4 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.

w.g. Schipper-Spanninga

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Mercelina

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2025

938-1151

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.M. Mercelina

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?