202406268/1/V1.
Datum uitspraak: 26 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling] en mede voor haar minderjarige kind,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 17 september 2024 in zaak nr. NL24.10242 in het geding tussen:
de vreemdeling, mede voor haar kind,
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 6 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdeling en haar kind een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling, mede voor haar kind, gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling, mede voor haar kind, ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.M.J. van Zantvoort, advocaat in 's-Hertogenbosch, mede voor haar kind, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6.2 tot en met 6.4 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Mercelina
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2025
938-1151