202404191/1/V1.
Datum uitspraak: 22 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[referent],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Procesverloop
Referent, vertegenwoordigd door mr. E. Ceylan, advocaat in Amersfoort, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 25 juni 2024 in zaak nr. NL24.4224.
Referent en de minister van Asiel en Migratie hebben ieder een nader stuk ingediend.
Bij brief van 2 december 2024 heeft referent het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Referent heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten van het beroep en het hoger beroep te veroordelen. Voor veroordeling van de minister in de proceskosten van het beroep en het hoger beroep kan aanleiding bestaan als de minister aan referent is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1). Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat, wanneer het bestuursorgaan hangende de procedure tegen het uitblijven van een besluit alsnog een besluit neemt, dit wordt aangemerkt als tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Hiervoor is wel van belang dat is voldaan aan de vereisten voor het instellen van een beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit (zie onder meer de uitspraak van 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:273, onder 3.2).
2. Referent heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat de minister alsnog een besluit op de aanvraag van referent heeft genomen. Hiermee is de minister aan referent tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat uit dit besluit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor het instellen van een beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
3. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de in verband met het beroep en het hoger beroep gemaakte proceskosten vergoeden (een punt voor het beroepschrift en een punt voor het hogerberoepschrift). Het beroep en het hoger beroep gaan uitsluitend over het door de minister niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag. De Afdeling past daarom wegingsfactor 0,5 toe.
4. De minister is bij besluit van 3 juli 2024 geheel aan de aanvraag van referent tegemoetgekomen. Referent heeft op verzoek van de Afdeling laten weten het eens te zijn met dit besluit. Gelet hierop is geen beroep van rechtswege ontstaan, als bedoeld in artikel 6:20, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:24 van de Awb, waarop de Afdeling nog moet beslissen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van de bij referent in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B.P. Vermeulen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Vermeulen
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2025
392