ECLI:NL:RVS:2025:2130

ECLI:NL:RVS:2025:2130, Raad van State, 12-05-2025, 202501684/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 12-05-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202501684/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2025:4569
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 3 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 CELEX:32000X1218 CELEX:32003R0343 CELEX:32013R0604 EU:32000X1218 EU:32003R0343 EU:32013R0604

Samenvatting

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

202501684/1/V3.

Datum uitspraak: 12 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 18 maart 2025 in zaak nr. NL25.5792 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 18 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.B. Ullah, advocaat in Rotterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1. De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag of betrokkene bij overdracht aan Bulgarije een reƫel risico loopt om verstoken te blijven van opvang en hij daar effectief tegen de weigering van opvang op kan komen, heeft de Afdeling bij uitspraak van 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1080, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak, die hier van overeenkomstige toepassing zijn, vloeit voort dat de grief slaagt.

2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 18 maart 2025 in zaak nr. NL25.5792;

III. verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025

846-1149

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?