ECLI:NL:RVS:2025:2355

ECLI:NL:RVS:2025:2355, Raad van State, 22-05-2025, 202406525/1/V1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 22-05-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202406525/1/V1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2024:15974
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 1 zaken
12 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 BWBR0011825 BWBR0012288 CELEX:32003R0343 CELEX:32004L0083 CELEX:32013L0032 CELEX:32013L0033 EU:32003R0343 EU:32004L0083 EU:32013L0032 EU:32013L0033

Samenvatting

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Uitspraak

202406525/1/V1.

Datum uitspraak: 22 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL23.6267 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van appellant ingewilligd.

Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk verklaard en het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 23 januari 2024, ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat in Bussum, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Appellant klaagt in de eerste grief terecht over het oordeel van de rechtbank dat de minister terecht 3 september 2022 als ingangsdatum van de verblijfsvergunning heeft vastgesteld. De minister is ten onrechte uitgegaan van de datum waarop appellant zijn aanvraag heeft ingediend aan de hand van het formulier model M35-H. De minister moet bij het bepalen van de ingangsdatum namelijk uitgaan van het moment waarop appellant in persoon ten overstaan van de autoriteiten zijn asielwens kenbaar heeft gemaakt. Uit de door appellant overgelegde loopbrief blijkt dat hij dat op 3 augustus 2022 heeft gedaan. Daarom had de minister de ingangsdatum van de verblijfsvergunning moeten vaststellen op 3 augustus 2022. Zie de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:159, onder 3 tot en met 3.2.

2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, voor zover die gaat over het besluit van 23 januari 2024. Het is niet nodig wat appellant verder aanvoert te bespreken. Het beroep is gegrond en het besluit van 23 januari 2024 wordt vernietigd, voor zover de minister daarin de ingangsdatum van de verblijfsvergunning heeft vastgesteld op 3 september 2022. Uit een oogpunt van definitieve geschilbeslechting zal de Afdeling zelf in de zaak voorzien door de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vast te stellen op 3 augustus 2022 en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit (artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb). De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL23.6267, voor zover die gaat over het besluit van 23 januari 2024, V-[...];

III. verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 23 januari 2024, gegrond;

IV. vernietigt dat besluit, voor zover de minister van Asiel en Migratie daarin de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft vastgesteld op 3 september 2022;

V. stelt de ingangsdatum van deze verblijfsvergunning vast op 3 augustus 2022;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 23 januari 2024, voor zover dat is vernietigd;

VII. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.721,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pronk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2025

1028

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?