ECLI:NL:RVS:2025:2428

ECLI:NL:RVS:2025:2428, Raad van State, 28-05-2025, 202405637/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 28-05-2025
Datum publicatie 28-05-2025
Zaaknummer 202405637/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2024:13251
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011018 BWBR0020031

Samenvatting

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] toegekende vergoeding voor het verlenen van rechtsbijstand ingetrokken. Op 6 juli 2022 heeft [appellant] het bestuur van de raad voor rechtsbijstand verzocht om afgifte van een toevoeging voor rechtsbijstand aan een rechtzoekende voor het maken van bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk van 17 juni 2022, waarbij het college aan de rechtzoekende een persoonsgebonden budget voor 7 uur begeleiding per week heeft toegekend voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 juli 2022. Bij besluit van 27 juli 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de toevoeging verleend onder kenmerk 3LQ2104. Bij besluit van 10 december 2022 heeft de raad aan [appellant] een vergoeding voor de in de procedure 3LQ2104 verrichte werkzaamheden toegekend ter hoogte van € 1.170,17.

Uitspraak

202405637/1/A2.

Datum uitspraak: 28 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant], kantoorhoudend in Leiden,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 augustus 2024 in zaak nr. 23/8429 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de raad een aan [appellant] toegekende vergoeding voor het verlenen van rechtsbijstand ingetrokken.

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1. Op 6 juli 2022 heeft [appellant] de raad verzocht om afgifte van een toevoeging voor rechtsbijstand aan een rechtzoekende voor het maken van bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk (hierna: het college) van 17 juni 2022, waarbij het college aan de rechtzoekende een persoonsgebonden budget voor 7 uur begeleiding per week heeft toegekend voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 juli 2022. Bij besluit van 27 juli 2022 heeft de raad de toevoeging verleend onder kenmerk 3LQ2104. Bij besluit van 10 december 2022 heeft de raad aan [appellant] een vergoeding voor de in de procedure 3LQ2104 verrichte werkzaamheden toegekend ter hoogte van € 1.170,17.

2. Op 6 juli 2022 heeft [appellant] ook verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand aan dezelfde rechtzoekende voor het maken van bezwaar tegen een besluit van het college van 17 juni 2022, waarbij het college aan die rechtzoekende een persoonsgebonden budget voor 5 uur en 45 minuten huishoudelijke hulp per week heeft toegekend voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 juli 2022. Bij besluit van 27 juli 2022 heeft de raad die toevoeging verleend onder kenmerk 3LQ2103. Bij besluit van 10 december 2022 heeft de raad aan [appellant] een vergoeding voor in de procedure 3LQ2103 verrichte werkzaamheden toegekend ter hoogte van eveneens € 1.170,17.

3. Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de raad de vergoeding voor procedure 3LQ2104 ingetrokken, omdat uit een digitale steekproefcontrole is gebleken dat er samenhang is met procedure 3LQ2103. Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de raad in procedure 3LQ2103 een aangepaste vergoeding toegekend ter hoogte van € 1.690,21. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 juli 2023 tot intrekking van de vergoeding, omdat volgens hem geen sprake is van met elkaar samenhangende procedures.

4. De raad heeft het bezwaar ongegrond verklaard, omdat sprake is van procedurele en inhoudelijke samenhang. De zaken hangen procedureel met elkaar samen, omdat de zaken gelijktijdig door het college zijn behandeld en [appellant] in beide zaken de toegevoegde advocaat is. Ook zijn de zaken naar hun aard met elkaar verknocht. [appellant] heeft in beide zaken rechtsbijstand verleend aan dezelfde rechtszoekende. Verder is geen sprake van al te zeer uiteenlopende rechtsvragen. Beide zaken hebben namelijk betrekking op de juiste duur van het persoonsgebonden budget. Ook het onderliggende feitencomplex is nagenoeg hetzelfde.

Beoordeling in hoger beroep

5. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 12 en 13 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog toe dat uit de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2872, onder 9.3, volgt dat de vraag of procedures naar hun aard inhoudelijk verknocht zijn, anders dan [appellant] betoogt, ook van toepassing is op procedures in bezwaar.

Het betoog slaagt niet.

6. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

7. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Van Altena

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025

488-1160

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T. van Goeverden-Clarenbeek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?