ECLI:NL:RVS:2025:3479

ECLI:NL:RVS:2025:3479, Raad van State, 17-07-2025, 202400708/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 17-07-2025
Datum publicatie 30-07-2025
Zaaknummer 202400708/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2023:6833
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 25 januari 2023, gehandhaafd bij besluit van 6 juli 2023, heeft de minister van Financiën geweigerd een schuld van [appellant] van € 31.000,00 aan N.V. Univé Schade over te nemen. Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 6 juli 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen die uitspraak. In artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet hersteloperatie toeslagen, is bepaald dat een geldschuld die voortvloeit uit een onrechtmatige daad niet wordt overgenomen. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de minister de schuld terecht niet heeft overgenomen op grond van die bepaling en wijst naar overwegingen 4.1 en 4.2 van de uitspraak van de rechtbank, ECLI:NL:RBMNE:2023:6833, waarbij de Afdeling zich aansluit. Uit het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6401, waartegen [appellant] geen cassatie heeft ingesteld, volgt dat vaststaat dat [appellant] een uitkering aan verzekeringsgelden wegens diefstal van zijn auto moet terugbetalen aan Univé op grond van verzekeringsfraude en dus dat de schuld voortvloeit uit een onrechtmatige daad.

Uitspraak

202400708/1/A2.

Datum uitspraak: 17 juli 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant A], wonend in Bunnik, ook bekend als [appellant B] (hierna: [appellant])

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 18 december 2023 in zaak nr. 23/3502 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Financiën.

Openbare zitting gehouden op 17 juli 2025 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

staatsraad mr. J.M. Willems, voorzitter;

staatsraad mr. J. Schipper-Spanninga, lid;

staatsraad mr. M. den Heyer, lid;

griffier: mr. I.K. van de Riet.

Verschenen:

[appellant];

de minister van Financiën, vertegenwoordigd door mr. S.N. Ishak en mr. J. Rhebergen.

Bij besluit van 25 januari 2023, gehandhaafd bij besluit van 6 juli 2023, heeft de minister geweigerd een schuld van [appellant] van € 31.000,00 aan N.V. Univé Schade (hierna: de schuld) over te nemen. Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 6 juli 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen die uitspraak.

Beslissing:

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

In artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet hersteloperatie toeslagen, is bepaald dat een geldschuld die voortvloeit uit een onrechtmatige daad niet wordt overgenomen. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de minister de schuld terecht niet heeft overgenomen op grond van die bepaling en wijst naar overwegingen 4.1 en 4.2 van de uitspraak van de rechtbank, ECLI:NL:RBMNE:2023:6833, waarbij de Afdeling zich aansluit. Uit het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6401, waartegen [appellant] geen cassatie heeft ingesteld, volgt dat vaststaat dat [appellant] een uitkering aan verzekeringsgelden wegens diefstal van zijn auto moet terugbetalen aan Univé op grond van verzekeringsfraude en dus dat de schuld voortvloeit uit een onrechtmatige daad. Dat [appellant] hiervoor niet strafrechtelijk is vervolgd, maakt dat niet anders.

De Afdeling is verder met de rechtbank van oordeel dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt en sluit zich aan bij de overwegingen 5.1 t/m 5.3 van de uitspraak van de rechtbank. Niet alleen in het besluit van 25 januari 2023, maar ook in het besluit van 20 mei 2022 staat dat de schuld niet wordt overgenomen. Dat - in afwachting van de afloop van de civiele procedure over de verzekeringsfraude - namens de minister is toegezegd dat de schuld ongeacht de uitkomst daarvan wel zou worden overgenomen, is niet aannemelijk geworden. De rechtbank heeft gemotiveerd overwogen dat de overgelegde e-mails dat niet onderbouwen en heeft geconcludeerd dat er geen enkele aanwijzing in het dossier is om aan te nemen dat een dergelijke toezegging is gedaan. De Afdeling onderschrijft dat oordeel. In wat [appellant] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, zijn geen aanknopingspunten te vinden voor een ander oordeel. Het hoger beroep is daarom ongegrond.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems

voorzitter

w.g. Van de Riet

griffier

994

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand