ECLI:NL:RVS:2025:4765

ECLI:NL:RVS:2025:4765, Raad van State, 06-10-2025, 202504498/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 06-10-2025
Datum publicatie 08-10-2025
Zaaknummer 202504498/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

202504498/1/V3.

Datum uitspraak: 6 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 31 juli 2025 in zaak nr. NL25.29072 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 31 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.G. Grigorjan, advocaat in ‘s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.

Appellant heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Voor wat betreft de tweede grief heeft appellant ook met de in hoger beroep overgelegde informatie niet onderbouwd dat zich bijzondere medische omstandigheden voordoen die de minister aanleiding zouden moeten geven tot toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening. Hij heeft evenmin onderbouwd dat het risico op suïcide als gevolg van de overdracht aan Bulgarije door een medisch deskundige als reëel of hoog wordt ingeschat (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 22 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2845, onder 2.1 en 2.2). Om die reden slaagt de grief niet.

1.1. Het overige aangevoerd in hoger beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870, ov. 6.1 en recentelijk in uitspraak van 26 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2387). De grief biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Essenburg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Dallinga

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2025

18-1137

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.H.L. Dallinga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand