ECLI:NL:RVS:2025:4902

ECLI:NL:RVS:2025:4902, Raad van State, 03-10-2025, 202503025/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-10-2025
Datum publicatie 15-10-2025
Zaaknummer 202503025/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep zes weken. Die termijn is eveneens van toepassing voor het instellen van hoger beroep, zo volgt uit artikel 6:24 van de Awb. De Afdeling heeft het hogerberoepschrift pas op 27 mei 2025 ontvangen en daarmee is het ruimschoots te laat ingediend. [appellant] heeft daarover verklaard dat de uitspraak van de rechtbank naar zijn voormalige adres was verzonden.

Uitspraak

202503025/1/A2.

Datum uitspraak: 3 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 6 december 2024 in zaak nr. 24/1974 in het geding tussen:

[appellant]

en

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).

Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2025 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer;

mr. C. Kouidar, griffier.

Verschenen:

[appellant], bijgestaan door [persoon], en het CBR, vertegenwoordigd door mr. Y.M. Wolvekamp;

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 6 december 2024 van de rechtbank Overijssel.

De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Motivering:

1. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep zes weken. Die termijn is eveneens van toepassing voor het instellen van hoger beroep, zo volgt uit artikel 6:24 van de Awb. De Afdeling heeft het hogerberoepschrift pas op 27 mei 2025 ontvangen en daarmee is het ruimschoots te laat ingediend. [appellant] heeft daarover verklaard dat de uitspraak van de rechtbank naar zijn voormalige adres was verzonden. De Afdeling ziet daarin geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. [appellant] is zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van zijn adreswijziging aan de rechtbank, wanneer zijn adres gedurende de procedure wijzigt. [appellant] heeft niet met documenten onderbouwd dat hij zijn adreswijziging tijdig aan de rechtbank heeft doorgegeven.

2. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kouidar

griffier

1120

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. Kouidar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand