ECLI:NL:RVS:2025:4920

ECLI:NL:RVS:2025:4920, Raad van State, 15-10-2025, 202405777/1/V1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 15-10-2025
Datum publicatie 22-10-2025
Zaaknummer 202405777/1/V1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Uitspraak

202405777/1/V1.

Datum uitspraak: 15 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 4 september 2024 in zaak nr. 24/11327 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 4 september 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen acht weken alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en binnen twintig weken als zij nader onderzoek aanbiedt.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat in Bussum, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Appellant klaagt in zijn grief terecht over het oordeel van de rechtbank dat het in dit geval passend is om te bepalen dat de minister binnen een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit neemt en binnen twintig weken als zij nader onderzoek aanbiedt. Uit de uitspraak van de Afdeling van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2643, onder 4.4 en 4.5, volgt dat, als de minister een besluit kan nemen omdat zij beschikt over een volledig dossier, de Afdeling in beginsel een beslistermijn van vier weken redelijk acht. Als de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt, acht de Afdeling een getrapte termijn redelijk. De rechter kan een andere beslistermijn bepalen, als de individuele omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, acht de Afdeling in dit geval een beslistermijn van vier weken redelijk, tenzij de minister herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. De minister heeft immers niet aangevoerd over een onvolledig dossier te beschikken. De grief slaagt daarom.

2. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover zij de minister heeft opgedragen om binnen acht weken alsnog een besluit bekend te maken en binnen twintig weken als zij nader onderzoek aanbiedt. De Afdeling zal dit vervangen door een nadere termijn van vier weken na de dag van verzending van de uitspraak van de rechtbank, door acht weken als de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen aanbiedt, door zestien weken als zij nader onderzoek aanbiedt en door twintig weken als zij zowel gelegenheid tot herstel van verzuimen als nader onderzoek aanbiedt. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 4 september 2024 in zaak nr. 24/11327, voor zover zij de minister van Asiel en Migratie heeft opgedragen om binnen acht weken alsnog een besluit bekend te maken en binnen twintig weken als zij nader onderzoek aanbiedt;

III. vervangt de termijn in die uitspraak door vier weken na verzending van die uitspraak, door acht weken als de minister van Asiel en Migratie gelegenheid tot herstel van verzuimen aanbiedt, door zestien weken als zij nader onderzoek aanbiedt en door twintig weken als zij zowel gelegenheid tot herstel van verzuimen als nader onderzoek aanbiedt;

IV. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pronk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025

1028

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.E. Pronk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand