ECLI:NL:RVS:2025:5056

ECLI:NL:RVS:2025:5056, Raad van State, 29-10-2025, 202504408/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 29-10-2025
Datum publicatie 29-10-2025
Zaaknummer 202504408/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de examinator van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit van Amsterdam het tentamen Contractenrecht van [appellante] met een onvoldoende beoordeeld. [appellante] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit. In het studiejaar 2024-2025 heeft zij op 20 januari 2025 een extra tentamengelegenheid gekregen voor het vak Contractenrecht. Op 10 februari 2025 is aan haar bekendgemaakt dat het tentamen met een onvoldoende is beoordeeld. Op 3 april 2025 heeft in opdracht van het CBE een gesprek plaatsgevonden tussen [appellante] en de examinator. Dit heeft niet geresulteerd in een minnelijke schikking. Het CBE heeft vooropgesteld dat het slechts kan toetsen of de beoordeling van het tentamen in inhoudelijk opzicht niet kennelijk onredelijk is en of deze beoordeling op juiste wijze tot stand is gekomen. Het is niet aan hem om zelf een (uitvoerige) inhoudelijke beoordeling van het tentamen te verrichten.

Uitspraak

202504408/1/A2.

Datum uitspraak: 29 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

en

College van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: het CBE),

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de examinator van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit van Amsterdam het tentamen Contractenrecht van [appellante] met een onvoldoende beoordeeld.

Bij besluit van 18 juli 2025 heeft het CBE het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 25 september 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. R. Verspaandonk, advocaat in Den Haag, en het CBE, vertegenwoordigd door mr. S.A. Snoeren, zijn verschenen.

Overwegingen

1. [appellante] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit. In het studiejaar 2024-2025 heeft zij op 20 januari 2025 een extra tentamengelegenheid gekregen voor het vak Contractenrecht. Op 10 februari 2025 is aan haar bekendgemaakt dat het tentamen met een onvoldoende is beoordeeld.

2. Op 3 april 2025 heeft in opdracht van het CBE een gesprek plaatsgevonden tussen [appellante] en de examinator. Dit heeft niet geresulteerd in een minnelijke schikking.

Beslissing van het CBE

3. Het CBE heeft vooropgesteld dat het slechts kan toetsen of de beoordeling van het tentamen in inhoudelijk opzicht niet kennelijk onredelijk is en of deze beoordeling op juiste wijze tot stand is gekomen. Het is niet aan hem om zelf een (uitvoerige) inhoudelijke beoordeling van het tentamen te verrichten. Het CBE heeft vervolgens geconcludeerd dat de beoordeling geen tekortkomingen kent in procedureel opzicht. Het college heeft vastgesteld dat de gronden die [appellante] heeft aangevoerd, van inhoudelijke aard zijn. Volgens het college heeft zij daarmee echter niet aannemelijk gemaakt dat de beoordeling in inhoudelijk opzicht niet door de beugel zou kunnen. De ingebrachte inhoudelijke bedenkingen tegen de beoordeling zijn verder door de examinator op een heldere en overtuigende wijze weerlegd.

Oordeel van de Afdeling

4. [appellante] betoogt dat de beslissing van het CBE onzorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd. Zij vindt dat zij onterecht bij bepaalde vragen geen of onvoldoende punten heeft gekregen. Verder ontbreekt volgens haar een transparant beoordelingskader. Daarbij is onduidelijk hoe de herbeoordeling van haar tentamen heeft plaatsgevonden. Zij verzoekt de Afdeling ook een onafhankelijke deskundige contractenrecht te benoemen die naar haar tentamen kijkt.

5. De Afdeling stelt voorop dat op grond van artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) zij de beslissing van 18 juli 2025 slechts kan toetsen aan de formele voorschriften die bij of krachtens de Awb of enig andere wet in formele zin zijn gesteld.

6. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het CBE zorgvuldig vastgesteld en deugdelijk gemotiveerd dat de beslissing van de examinator van 10 februari 2025 rechtens tot stand is gekomen. Daarbij betrekt zij dat de vraagstellingen op het tentamen niet onduidelijk waren. Ook is in de cursushandleiding voldoende duidelijke aangekondigd wat van studenten verwacht wordt bij tentamens. Niet is gebleken dat de vraagstellingen niet aansloten bij de voorgeschreven stof en de leerdoelen uit de cursushandleiding.

7. Verder is de Afdeling van oordeel dat voldoende duidelijk is hoe de herbeoordeling heeft plaatsgevonden. Daarbij betrekt zij dat een antwoordindicatie ter beschikking is gesteld, waaruit de puntenverdeling per antwoord blijkt. [appellante] heeft op basis hiervan haar standpunt naar voren kunnen brengen. Daarbij heeft de examinator deugdelijk gemotiveerd waarom het standpunt van [appellante] niet heeft geleid tot nieuwe inzichten.

8. De Afdeling ziet tot slot geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen die de beoordeling van het tentamen moet beoordelen. Deze benoeming zou in dit geval neerkomen op een beoordeling van de inhoud van het afgelegde tentamen, wat buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter ligt.

9. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

10. Het beroep is ongegrond.

11. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Kouidar, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kouidar

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025

1120

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. Kouidar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand