ECLI:NL:RVS:2025:5142

ECLI:NL:RVS:2025:5142, Raad van State, 24-10-2025, 202503172/1/V1

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 24-10-2025
Datum publicatie 29-10-2025
Zaaknummer 202503172/1/V1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Uitspraak

202503172/1/V1.

Datum uitspraak: 24 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 mei 2025 in zaak nr. NL24.49272 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 6 mei 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen twintig weken alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Appellant klaagt in zijn eerste grief terecht dat de rechtbank ten onrechte een beslistermijn van twintig weken heeft bepaald. Uit de uitspraak van de Afdeling van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2643, onder 4.4 en 4.5, volgt dat, als de minister een besluit kan nemen omdat zij beschikt over een volledig dossier, de Afdeling in beginsel een beslistermijn van vier weken redelijk acht. Als de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt, acht de Afdeling een getrapte termijn redelijk. De rechter kan een andere beslistermijn bepalen, als de individuele omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, acht de Afdeling in dit geval een beslistermijn van vier weken redelijk, tenzij de minister herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. De minister heeft immers niet aangevoerd over een onvolledig dossier te beschikken. De grief slaagt daarom.

2. De tweede grief leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift in zoverre geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden

(artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover zij de minister heeft opgedragen om binnen twintig weken alsnog een besluit bekend te maken. De Afdeling zal dit vervangen door een nadere termijn van vier weken na de dag van verzending van de uitspraak van de rechtbank, door acht weken als de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen aanbiedt, door zestien weken als zij nader onderzoek aanbiedt en door twintig weken als zij zowel gelegenheid tot herstel van verzuimen als nader onderzoek aanbiedt. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 mei 2025 in zaak nr. NL24.49272, voor zover zij de minister van Asiel en Migratie heeft opgedragen om binnen twintig weken alsnog een besluit bekend te maken;

III. vervangt de termijn in die uitspraak door vier weken na verzending van die uitspraak, door acht weken als de minister van Asiel en Migratie gelegenheid tot herstel van verzuimen aanbiedt, door zestien weken als zij nader onderzoek aanbiedt en door twintig weken als zij zowel gelegenheid tot herstel van verzuimen als nader onderzoek aanbiedt;

IV. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hanrath

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2025

392

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.M.L. Hanrath

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand