ECLI:NL:RVS:2025:517

ECLI:NL:RVS:2025:517, Raad van State, 12-02-2025, 202400730/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 12-02-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202400730/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002448 BWBR0005537 BWBR0011708 BWBR0018450

Samenvatting

Bij besluiten van 12 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bestuurlijke boetes aan [appellant] opgelegd voor het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimtes. [appellant] heeft tegen de besluiten van het college van 12 juli 2022 bezwaarschriften ingediend. Het college heeft zich in de besluiten van 29 september 2022 op het standpunt gesteld dat de bezwaren niet-ontvankelijk zijn. Het college ontving de bezwaarschriften op 24 augustus 2022, terwijl de termijn voor het indienen van bezwaar afliep op 23 augustus 2022. Het college heeft de door [appellant] aangevoerde reden dat de bezwaarperiode in de vakantie viel geen verschoonbare reden geacht voor overschrijding van de termijn voor het indienen van bezwaar. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de termijn van zes weken en dat de omstandigheid dat de besluiten zijn genomen tijdens de vakantieperiode niet zeer uitzonderlijk is.

Uitspraak

202400730/1/A2.

Datum uitspraak: 12 februari 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [appellant]), wonend in Amsterdam,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2024 in zaken nrs. 22/5328 en 22/5329 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Procesverloop

Bij besluiten van 12 juli 2022 heeft het college bestuurlijke boetes aan [appellant] opgelegd voor het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimtes.

Bij besluiten van 29 september 2022 heeft het college de door [appellant] daartegen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 18 januari 2024 heeft de rechtbank de door [appellant] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 december 2024, waar het college, vertegenwoordigd door mr. T.J. Cheung, is verschenen.

Overwegingen

1. [appellant] heeft tegen de besluiten van het college van 12 juli 2022 bezwaarschriften ingediend. Het college heeft zich in de besluiten van 29 september 2022 op het standpunt gesteld dat de bezwaren niet-ontvankelijk zijn. Het college ontving de bezwaarschriften op 24 augustus 2022, terwijl de termijn voor het indienen van bezwaar afliep op 23 augustus 2022. Het college heeft de door [appellant] aangevoerde reden dat de bezwaarperiode in de vakantie viel geen verschoonbare reden geacht voor overschrijding van de termijn voor het indienen van bezwaar. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de termijn van zes weken en dat de omstandigheid dat de besluiten zijn genomen tijdens de vakantieperiode niet zeer uitzonderlijk is.

2. De rechtbank heeft in navolging van het college geoordeeld dat vakantie geen verschoonbare reden is voor termijnoverschrijding en heeft de door [appellant] ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

3. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 10 tot en met 15 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt eraan toe dat, anders dan [appellant] heeft aangevoerd, uit de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31, niet volgt dat vakantie als een bijzondere omstandigheid moet worden aangemerkt die termijnoverschrijding rechtvaardigt. Ook de enkele omstandigheid, zoals gesteld door [appellant], dat het in dit geval gaat om een tweepartijengeschil maakt niet dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die maken dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025

488-1153

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?