ECLI:NL:RVS:2025:5292

ECLI:NL:RVS:2025:5292, Raad van State, 05-11-2025, 202407786/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 12-11-2025
Zaaknummer 202407786/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202407786/1/V3.

Datum uitspraak: 5 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 22 november 2024 in zaak nr. NL23.18787 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.C. Gelok, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

Het hoger beroep

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

Overschrijding van de redelijke termijn

2. Appellant heeft verzocht om schadevergoeding, omdat volgens hem de redelijke termijn voor het beslissen op zijn bezwaarschrift van 25 november 2020 is overschreden. De Afdeling wijst dit verzoek toe. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. De redelijke termijn van vier jaar voor de afdoening van bestuursrechtelijke geschillen die bestaan uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties is op de datum van deze uitspraak overschreden met iets minder dan een jaar. Omdat het in deze zaak gaat om herhaalde besluitvorming na een eerdere vernietiging door een rechter, wordt de termijnoverschrijding in beginsel volledig aan de minister toegerekend. Appellant ontvangt € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden en het totaal van de overschrijding wordt naar boven afgerond. Dat betekent dat de Afdeling de minister veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.000,00 aan appellant, als vergoeding voor de door hem geleden immateriële schade door het overschrijden van de redelijke termijn, met toepassing van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.

Conclusie

3. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen. De minister hoeft voor de behandeling van het hoger beroep geen proceskosten te vergoeden. De minister moet wel de proceskosten vergoeden voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding. De Afdeling stelt deze vast op € 453,50 (1 punt met een wegingsfactor 0,5).

4.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding toe;

III. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie om aan appellant een schadevergoeding van € 1.000,00 te betalen;

IV. veroordeelt de minister tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 453,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.

w.g. Stoové

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Trappen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025

985

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.C.M. van Trappen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand