ECLI:NL:RVS:2025:5551

ECLI:NL:RVS:2025:5551, Raad van State, 18-11-2025, 202401052/1/V3.

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-11-2025
Datum publicatie 26-11-2025
Zaaknummer 202401052/1/V3.
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Uitspraak

202401052/1/V3.

Datum uitspraak: 18 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant 1] en [appellant 2],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 februari 2024 in zaak nr. NL23.35454 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 8 februari 2024 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen twintig weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. W.M. Blaauw, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2644, onder 5.4, 6 en 7, over de beslistermijn die de rechter oplegt bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een nareisaanvraag). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Trappen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025

985

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.C.M. van Trappen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand