202501530/1/V3.
Datum uitspraak: 27 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekster]
verzoekster,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep
(artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).
Procesverloop
Verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.E. Jalandoni, advocaat in Utrecht, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 21 februari 2025 in zaak nr. NL24.23561.
Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan haar is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).
1.1. Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat de minister haar bij besluit van 15 oktober 2025 een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen heeft verleend. Dit besluit is genomen op een aanvraag van verzoekster in een andere procedure, die losstaat van deze procedure. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb is daarom geen sprake.
2. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Boom, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boom
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025
1058